Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x
Ons oog ziet alles
Ons oog stelt scherp
Ons oog voor u

Personeelsdossier en inzagerecht

dossierkastEen veel voorkomende vraag van werkgevers is of een werknemer zijn personeelsdossier mag inzien of er een kopie van mag hebben. Daaraan vooraf gaat de vraag welke persoonsgegevens eigenlijk in het personeelsdossier verzameld mogen worden. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) regelt dit.

Werkgevers verwerken in het kader van de arbeidsrelatie veel persoonsgegevens van hun werknemers die meestal opgeslagen zijn in een personeelsdossier. Men heeft hierbij te maken met verschillende verplichtingen die voortvloeien uit diverse wet- en regelgeving. Door de diversiteit aan regels weten veel werkgevers niet goed welke informatie zij nu wel en niet in een personeelsdossier mogen vastleggen. Het uitgangspunt is dat verwerking van persoonsgegevens voor een personeelsdossier is toegestaan als dat noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling als ambtenaar. Uit de Wbp vloeien onder meer de volgende verplichtingen voort:

de werkgever is verantwoordelijk voor de juistheid en nauwkeurigheid van de gegevens in de personeelsadministratie; gegevens in het personeelsdossier dienen toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig, gelet op het doel waarvoor ze verwerkt worden, te zijn; een werkgever moet zijn personeelsleden informeren over de doeleinden waarvoor hij hun gegevens verzamelt. een werkgever moet passende technische en organisatorische maatregelen treffen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking.persoonsgegevens mogen niet langer bewaard worden dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor de werkgever de gegevens verzamelt of vervolgens gebruikt. de werkgever moet zijn werknemers de mogelijkheid bieden hun gegevens in te zien en eventueel te corrigeren. Het recht op inzage geldt in principe voor het gehele personeelsdossier.

Een werknemer heeft dus recht op inzage Hij kan vragen of er persoonsgegevens worden verwerkt en als dat het geval is, moet de werkgever binnen vier weken een overzicht geven met informatie over het doel van de verwerking(en), de ontvangers van de gegevens en, indien beschikbaar, over de herkomst van de gegevens. De werkgever moet aldus inzage in het personeelsdossier geven en verantwoording afleggen over de daarin verwerkte gegevens.

Een werkgever kan weigeren aan een verzoek om inzage te voldoen als dat bijvoorbeeld noodzakelijk is in het belang van voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Auteur: mevrouw mr. N. (Natalja) Stommels. Komt u er niet uit met de verwerking van gegevens in een personeelsdossier of een verzoek om inzage door uw werknemer, neem dan contact met haar op.

Ook arts-bestuurder valt onder tuchtrecht

dokter-patientBestuurders in de gezondheidszorg staan steeds meer in de schijnwerpers. Kunnen zij als eindverantwoordelijk bestuurder in een ziekenhuis ook – net als een behandeld arts – tuchtrechtelijk aansprakelijk worden gehouden?

Tot voor kort meende het Centraal Medisch Tuchtcollege (CMT) dat dat niet kon. Pas op 19 april 2011 besloot het CMT – in afwijking van haar eerdere jurisprudentie – dat ook artsen in een bestuurlijke of leidinggevende functie voor hun handelen tuchtrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn. Het CMT voegde daar wel aan toe, dat als het handelen van de betreffende arts betrekking heeft gehad op de organisatie van de zorg en randvoorwaarden waaronder die wordt verleend en veel minder op een handeling bij een individuele patiënt, terughoudendheid moet worden betracht bij het aanvaarden van aansprakelijkheid. Maar wat deze terughoudende toets precies inhield, daar liet het CMT zich niet over uit.

Aan de orde was in de uitspraak van 19 april 2011 een situatie waarin een KNO-arts, tevens directeur patiëntenzorg, niet had gecontroleerd of een in zijn kliniek werkzame arts als plastisch chirurg BIG-geregistreerd was. Dat vond het CMT nalatig, waarna aan de bestuurder de maatregel van waarschuwing werd opgelegd.

In een recente uitspraak van het CMT van 10 januari 2013 (gepubliceerd in Medisch Contact van 14 februari 2013) was – kort gezegd – de stelling van de klager dat de voorzitter (tevens arts) van de Raad van Bestuur van een UMC tuchtrechtelijk aansprakelijk was voor gestelde misstanden op een afdeling Kindergeneeskunde in dat UMC. Met inachtneming van de hiervoor genoemde terughoudende toets, oordeelde het CMT in deze casus dat tussen enerzijds de bestuurlijke positie van de arts-bestuurder en anderzijds het verweten handelen of nalaten, een te grote afstand was geweest. Het CMT voegde daaraan toe dat niet was gebleken dat de arts-bestuurder bij de verweten handelingen of nalaten betrokken was geweest en dat hij aan de betreffende afdeling opgetreden situatie niets had kunnen toe- of afdoen.

Het CMT heeft hiermee de eerdere uitspraak van 19 april 2011 iets nader geconcretiseerd. Het is echter nog maar de vraag of deze uitspraak voor de praktijk voldoende houvast geeft: wanneer is nou sprake van een situatie waarin de arts-bestuurder aan een omstandigheid wel of niet iets kan "toe- of afdoen"? Hopelijk komt op dit punt spoedig meer duidelijkheid.

Auteur: de heer mr. drs. V.N. van Waterschoot. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met hem op. Hij helpt u graag verder.

Gelderland valoriseert!

gelderland-valoriseertHet consortium Gelderland valoriseert is in 2012 door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen gestart in het kader van de subsidieregeling Starten, groeien en overdragen van ondernemingen, onderdeel Valorisatieprogramma.

Consortiumpartners zijn de Radboud Universiteit Nijmegen, Artez Hogeschool voor de Kunsten, kiEMT (het platform voor Energie- en MilieuTechnologiebedrijven in Oost-Nederland), Dutch Fashion & Design Centre, Rabobank en de Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland.

Valorisatie richt zich vooral op activiteiten tussen de kennisinstellingen, bedrijven en overheden. Het doel is een betere benutting van publiek gefinancierde kennis om zo de concurrentiekracht van het bedrijfsleven te behouden en te verbeteren.

Het programma Gelderland valoriseert sluit aan op het economisch beleid van de provincie Gelderland, dat drie focusgebieden kent: Food, Health en Technology. Daarnaast wil de provincie veel aandacht besteden aan het versterken van de innovatiekracht van MKB-bedrijven in de maakindustrie, de creatieve industrie, de agrarische sector en tenslotte de logistiek.

Door Gelderland valoriseert worden de bewezen succesvolle sectoren Energie, Creatieve industrie en Chemie verder ontwikkeld. Vanuit het concept van "open innovatie" wordt de samenwerking van de vier O's - Ondernemers, Onderzoek, Onderwijs en Overheid - kwalitatief versterkt. Het programma loopt door tot tenminste 2017.

In de regio Midden-Gelderland is al een stevige basis gelegd voor valorisatie. Onder andere door het project Gelderland onderneemt, waarin ArtEZ, de HAN en de Radboud Universiteit eveneens participeerden. In drie jaar tijd heeft Gelderland onderneemt 27.000 studenten bereikt, aan de wieg gestaan bij ruim 400 nieuwe ondernemingen en een goede relatie opgebouwd met ruim 400 bedrijven. Van den Wildenberg & Van Halder heeft aan dit project een inhoudelijke bijdrage geleverd en veel startende ondernemers op weg geholpen.

Hoofddoel van het programma Gelderland valoriseert is de ondersteuning aan startende innovatieve ondernemingen in de regio Midden-Gelderland binnen de sectoren Energie, Creatieve industrie en Chemie en de versterking van het innovatieve vermogen en de groei van bestaande en nieuwe ondernemingen en werkgelegenheid binnen dezelfde sectoren.

Als partner van Gelderland valoriseert zal Van den Wildenberg & Van Halder de komende jaren actief betrokken zijn bij diverse initiatieven en activiteiten voor ondernemers in de regio, zoals het opzetten van innovatieve broedplaatsen, vraagarticulatie en het screenen van bedrijfsplannen op juridische aspecten. Van den Wildenberg & Van Halder laat zien oog te hebben voor innovatie, ontwikkeling en ondernemerschap.

Zie ook: www.gelderlandvaloriseert.nl.

Informatieplicht van leerkrachten in het basisonderwijs aan ouders

school-kindLeerkrachten in het basisonderwijs beschikken beroepshalve over informatie over een kind. Het gaat dan met name om de voortgang op school en de studieresultaten. Dat leerkrachten deze informatie in beginsel dienen te verstrekken aan een ouder met gezag spreekt voor zich. Indien een ouder niet met het gezag is belast, is een leerkracht onder bepaalde omstandigheden ook gehouden informatie te verstrekken aan die ouder.

Indien de ouder zonder gezag aan een leerkracht om informatie verzoekt over zijn/haar kind (die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt), is de leerkracht gehouden deze informatie te geven. De informatieplicht ziet slechts op belangrijke feiten en omstandigheden over een kind en diens verzorging en opvoeding. Zo worden schoolprestaties in ieder geval als belangrijk aangemerkt.

De uitzonderingen hierop dienen niet uit het oog verloren te worden. De informatie over een kind mag niet aan een niet met het gezag belaste ouder worden verstrekt als de leerkracht deze informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan diegene die wel met het gezag over het kind is belast. Ook mag de informatie niet worden verstrekt als het belang van het kind zich daartegen zou verzetten. Welke belangen zich hiertegen verzetten, dient aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden te worden bepaald.

De informatie hoeft slechts aan 'de ouder' verstrekt te worden. Het is wel van belang dat de betreffende persoon ook daadwerkelijk in juridisch opzicht 'ouder' van het kind is. Overigens kan ook de niet-ouder in sommige gevallen recht hebben op informatie omtrent het kind.

Laat u zich vooraf in ieder geval goed informeren.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neem dan gerust contact met ons op via telefoonnummer: 024-3239680 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Wij helpen u graag verder.

Meldingsplicht betalingsonmacht. Hoe zit dat ook al weer?

rekenmachine-geldEen bestuurder loopt een behoorlijk risico in persoon aansprakelijk te worden gehouden voor de onbetaald gelaten belastingschulden, indien hij de Belastingdienst niet tijdig informeert dat zijn vennootschap niet in staat is om haar belastingschulden te voldoen. Deze melding moet worden gedaan binnen 14 dagen nadat de belasting had moeten zijn betaald. De melding is vormvrij. Vanwege de bewijsproblematiek raden wij aan de melding schriftelijk (het liefst aangetekend) te melden. Vermeld bij de melding in ieder geval het fiscale nummer en de adresgegevens van de onderneming en welke belastingen en premies het betreft.

Maar wat nu als de bestuurder een uitdrukkelijk verbod krijgt van de moedermaatschappij om de betalingsonmacht te melden? Dit overkwam de bestuurders in de kwestie die speelde bij het hof Amsterdam (26 juli 2012, LJN: BX8804). De Engelse aandeelhouder gaf deze bestuurders de instructie dat de betalingsonmacht niet mocht worden gemeld omdat de continuïteit van de Engelse onderneming dan in gevaar zou komen. Het hof overweegt dat het verbod de betalingsonmacht niet te melden, de B.V. niet van haar wettelijke meldingsplicht ontheft. De betreffende bestuurder had zijn aansprakelijkheid kunnen uitsluiten door hetzij – ondanks het verbod – de betalingsonmacht wel te melden, hetzij als bestuurder af te treden, aldus het hof. Nu de bestuurder geen van de twee wegen had bewandeld, komt dat geheel voor zijn eigen risico. De bestuurder werd uiteindelijk in persoon aansprakelijk gesteld voor de openstaande belastingschulden. De bestuurder heeft derhalve te allen tijde een eigen verantwoordelijkheid.

Auteur: de heer mr. A. (Andries) van der Wijk. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met hem op. Hij helpt u graag verder.

Wet aanpassing bestuursprocesrecht op 1 januari 2013 in werking getreden

boek-bestuursrechtProcederen in het bestuursrecht kan voor u als leek erg ingewikkeld zijn. U moet rekening houden met veel en complexe wet- en regelgeving. Bestaande wetten worden regelmatig gewijzigd (Wet ruimtelijke ordening) of aangevuld met nieuwe wetgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Crisis en Herstelwet). Verder is vanaf vorig jaar de wijze waarop rechters een zaak behandelen ook gewijzigd.

En met de inwerkingtreding op 1 januari 2013 van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht wordt het er wederom niet gemakkelijker op. Al die veranderingen hebben belangrijke gevolgen voor partijen die een bestuursrechtelijke procedure bij de rechtbank of Raad van State willen gaan voeren of daarin ongewild terecht komen.

Eén van de wijzigingen is de algemene invoering van het relativiteitsvereiste. Dit houdt in dat, zelfs als in een procedure blijkt dat een bepaald besluit gebreken bevat, de rechter dat besluit toch niet mag vernietigen als dat wat er fout aan is niet het belang raakt van degene die zich er op beroept.

Een ander nieuw punt is de mogelijkheid van een bestuursorgaan of een rechter om, ondanks dat er in de procedure fouten zijn gemaakt, het besluit waartegen iemand bezwaar maakt toch in stand te laten als aannemelijk is dat diegene daardoor niet is benadeeld.

Deze wijzigingen kunnen voor betrokkenen grote gevolgen hebben.

Advies en bijstand van een professionele belangenbehartiger is dan ook raadzaam, bij voorkeur al in de eerste procedurele stap van zienswijze of bezwaar. Dit kan uiteindelijk tijd en geld besparen. 

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact op met de sectie Bestuursrecht. Zij helpen u graag verder.

Grensoverschrijdend juridisch advies

sopWij werken samen met het Duitse Advocatenkantoor Scholten Oberem & Partner (SOP) uit Kleve. Zij bieden deskundig advies aan onze opdrachtgevers op het gebied van de Duitse wet- en regelgeving en treden op als (Duits) advocaat in procedures die in Duitsland gevoerd moeten worden.

Een eerste advisering door onze Duitse collega's kan geschieden tegen een uurtarief van € 195,-- excl. BTW, zo is afgesproken. Voor verdere ondersteuning kunt u rechtstreeks met hen afspraken maken.

SOP heeft expertise op de navolgende rechtsgebieden:

  • familierecht/erfrecht
  • strafrecht
  • incasso's en civiele vorderingen
  • vastgoed (huur/verkoop onroerend goed)
  • medische aangelegenheden
  • verkeersrecht/-ongevallen

 

Regelmatig wordt kennis en informatie uitgewisseld over de gemeenschappelijk behandeling van grensoverschrijdende kwesties. Actuele thema's over grensoverschrijdend recht worden periodiek tijdens een gezamenlijk bijeenkomst besproken.

Meer informatie vindt u op hun website: www.rae-sop.de.

De website van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten maakt gebruik van cookies voor het beheer van de Google Analytics statistieken. Hiermee kunnen we steeds beter inspelen op de informatiebehoefte van u als bezoeker. Graag vragen wij uw toestemming voor het plaatsen van deze cookies, voor meer informatie kunt u hier klikken. Akkoord