Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x
Ons oog ziet alles
Ons oog stelt scherp
Ons oog voor u

Bescherming erfgenamen tegen schulden

wanhopigHeeft u een nalatenschap zuiver aanvaard? Dan bent u met uw privévermogen aansprakelijk voor schulden uit de nalatenschap. Op dit moment wordt u al geacht zuiver te hebben aanvaard, zodra u bijvoorbeeld de inboedel van de erflater heeft verdeeld. Dit heeft vergaande gevolgen, veelal voordat u zich daarvan bewust bent. Want wat nu als zich onverwacht een schuldeiser meldt, waardoor de nalatenschap negatief uitvalt? Dat kan grote problemen veroorzaken. Om de risico’s van zuivere aanvaarding te beperken, is op 7 juni 2016 het wetsvoorstel ‘Bescherming Erfgenamen tegen Schulden’ aangenomen door de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel treedt op 1 september 2016 in werking.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • erfgenamen kunnen vanaf 1 september 2016 hun privévermogen beter beschermen tegen een onverwachte schuld uit een erfenis;
  • vanaf 1 september 2016 is pas sprake van zuivere aanvaarding als een erfgenaam goederen van de nalatenschap verkoopt of op andere wijze onttrekt aan mogelijke schuldeisers;
  • er komt een nieuwe uitzonderingsclausule voor gevallen waarin de erfgenaam na zuivere aanvaarding wordt geconfronteerd met een onverwachte schuld.

Vanaf 1 september 2016 loopt u dus minder risico ingeval u een nalatenschap zuiver aanvaardt. Een hele geruststelling!
Heeft u vragen? Bel ons!

DE BIZARRE NIEUWE WERELD VAN DE ZZP’ER

overeenkomstZoals u ongetwijfeld weet is op 1 mei jl. de wet DBA in werking getreden. Vanaf deze datum kan de zzp’er geen gebruik meer maken van de VAR-verklaring. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen nu wel gebruik maken van de zogenaamde modelovereenkomsten die terug zijn te vinden op de website van de belastingdienst of zelf een overeenkomst opstellen en deze laten toetsen door de belastingdienst. Als u gebruik maakt van een goedgekeurde modelovereenkomst en u ook feitelijk overeenkomstig de bepalingen uit die overeenkomst werkt, dan heeft u de zekerheid dat er geen arbeidsovereenkomst is. De VAR-verklaring heeft dus plaatsgemaakt voor de modelovereenkomst.

Modelovereenkomst
Let wel: een modelovereenkomst is niet verplicht. In feite zijn de modelovereenkomsten alleen bedoeld voor die gevallen waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Als volstrekt helder is dat iemand als zzp’er werkzaam is (en dus niet in loondienst) dan hoeft ook niet per se met een modelovereenkomst te worden gewerkt.

Onrust op zzp-markt
Dit nieuwe systeem veroorzaakt grote onrust op de ‘zzp-markt’. De juridisch-inhoudelijke toets of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of van een overeenkomst van opdracht (zzp’er) is op zich niet veranderd. Voor de gemiddelde zzp’er of opdrachtgever is het echter moeilijk te beoordelen of een modelovereenkomst nodig is, zo ja, welk model dan te gebruiken en hoe daaraan precies invulling te geven. Zelfs voor de belastingrechter is dit al lastige materie, laat staan voor de leek.
Verder zijn er nogal wat praktische uitvoeringsproblemen. Zo duurt het op dit moment (bij de invoering van de Wet DBA) 6 tot 8 weken voordat de belastingdienst een voorgelegde overeenkomst heeft beoordeeld. Daarop kan men in de praktijk vaak niet wachten. De modelovereenkomsten worden door de belastingdienst ook herschreven om daarmee de toegankelijkheid te vergroten. En uiteindelijk worden de overeenkomsten ook getoetst door een panel van experts.

Zekerheid modelovereenkomst
Hoe weet je nu als opdrachtgever of je de juiste modelovereenkomst te pakken hebt als deze door herschrijving geregeld wijzigen? De goedkeuring van de overeenkomst is bedoeld voor een periode van 5 jaar, maar met het verstrijken van de tijd wordt het risico steeds groter dat de feitelijke werkzaamheden gaan afwijken van de bepalingen in de overeenkomst. Hoeveel zekerheid geeft die 5 jaar dan? De wet geeft ook geen duidelijkheid hoe moet worden gehandeld als een opdrachtnemer vanuit een BV werkt. Er is veel onduidelijkheid over de ‘uitzendfictie’ en het verschil met bemiddeling hetgeen bijvoorbeeld een afgrenzingsprobleem kan opleveren in de thuiszorg. Kortom, er zijn talloze onzekerheden en onduidelijkheden waar de praktijk thans mee te maken heeft en waarop niemand nog een helder antwoord heeft.

Tip: tijd kopen tot 1 mei 2017
Gelukkig heeft de staatssecretaris een transitieperiode in het leven geroepen: tot 1 mei 2017 hebben opdrachtgevers en zzp’ers de tijd om hun werkwijze aan te passen. In die periode zal de belastingdienst wel toezicht houden, maar nog geen handhavingsmaatregelen nemen. Opdrachtgevers die nog niet werken met goedgekeurde overeenkomsten, maar dit wel als zodanig willen gaan inregelen, doen er verstandig aan om bij hun opdrachtnemers schriftelijk kenbaar te maken dat zij de gevolgen van de Wet DBA nog in kaart aan het brengen zijn en nieuwe overeenkomsten aan het opstellen zijn. Zodoende ‘koopt men tijd’ en is 1 mei 2016 niet de harde deadline.

Kamervragen
Onlangs zijn er door CDA-kamerlid Omzigt kamervragen aan staatssecretaris Wiebes gesteld over de Wet DBA. Dit mede naar aanleiding van de video “Na de VAR; dit is de bizarre nieuwe wereld van de zzp’er”. Bij brief van 26 april jl. heeft Wiebes deze vragen beantwoord. Eén van de vragen ging over de geel gemarkeerde bepalingen in de modelovereenkomsten waarvan op geen enkele wijze mag worden afgeweken. In de praktijk bestaat de angst dat een minimale afwijking van deze bepalingen al tot problemen kan leiden. Wiebes geeft aan dat de stelling dat de zzp’er zich ‘heel precies moet houden aan de modelcontracten’ ruime nuancering behoeft. Enige afwijking is dus kennelijk wel mogelijk, maar het blijft oppassen geblazen. De staatssecretaris benadrukt ook nogmaals dat een modelcontract niet verplicht is en alleen is bedoeld voor de twijfelgevallen en hij somt voorts een aantal factoren op die een aanwijzing kunnen vormen voor het bestaan van een dienstbetrekking. Klik op deze link voor de brief van de secretaris met alle antwoorden op de kamervragen. Volstrekt helder is het met deze brief niet geworden, maar wellicht kunt u voor uw specifieke situatie in de antwoorden van Wiebes wat houvast vinden.

Advies
Heeft u advies of hulp nodig bij het opstellen van uw zzp-contract(en), dan kunt u uiteraard contact opnemen met één van onze arbeidsrechtadvocaten. Wij helpen u graag verder.

Afschaffing VAR per 1 mei 2016

uitroepteken

 

In ons eerdere nieuwsbericht van 19 oktober 2015 kondigden wij de afschaffing van de VAR aan. Per 1 mei a.s. is het dan echt zover. Vanaf dan geldt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Heeft u al gescreend of de zpp’ers die u inschakelt onder deze nieuwe regelgeving ook kwalificeren voor het zelfstandig ondernemerschap? U wordt bij inschakeling van zpp’ers medeverantwoordelijk voor de informatieverschaffing aan de fiscus. Kom dus op tijd in actie om onverwachte boetes en arbeidsovereenkomsten te voorkomen. Voor advies kunt u uiteraard bij onze sectie Arbeidsrecht terecht.


Auteur: mevrouw mr. N. (Natalja) Stommels

VAR-verklaring blijft nog even

uitroep-vraagteken

Staatssecretaris Wiebes stelt de nieuwe wet ter vervanging van de VAR-verklaring met drie maanden uit. Dat heeft hij gisteren (maandag 19 oktober) bekend gemaakt. Wiebes schreef aan de Eerste Kamer dat de voorbereiding vordert, maar ze er nog niet zijn. Of 1 april wordt gehaald en of de wet het überhaupt gaat halen, is nog maar de vraag. Wordt vervolgd.

Belangrijke uitspraak Hoge Raad over kinderalimentatie

alimentatieOp 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad – ons hoogste rechtscollege – een belangrijke uitspraak gedaan met betrekking tot kinderalimentatie en de invloed daarop van het te ontvangen kindgebonden budget.
De wetswijziging van de overheid, die in veel gevallen heeft geleid tot een (aanzienlijke) verhoging van het kindgebonden budget per 1 januari 2015, heeft nogal wat teweeg gebracht, waardoor uitspraken in vergelijkbare gevallen bij verschillende rechtbanken anders uitpakte. Met de uitspraak van de Hoge Raad is er duidelijkheid gekomen over de wijze waarop de behoefte van een kind aan een bijdrage dient te worden vastgesteld en op welke wijze het kindgebonden budget daarbij een rol speelt. De Hoge Raad heeft bepaald dat bij de vaststelling van de kinderalimentatie het kindgebonden budget (en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop) niet in aanmerking dient te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind aan een bijdrage, maar bij de berekening van de draagkracht van degene die het kindgebonden budget ontvangt.

Hierbij wijkt de Hoge Raad af van de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen, die vanaf 1 januari 2013 heeft geadviseerd het kindgebonden budget in mindering te strekken op de behoefte van de kinderen. Die aanbeveling is door veel gerechten gevolgd. Daardoor werd de te betalen alimentatie veelal op een lagere bijdrage vastgesteld dan voorheen simpelweg vanwege het feit dat er geen behoefte meer was aan een bijdrage, omdat de overheid daarin voorzag. Nu duidelijk is dat het kindgebonden budget geen rol meer speelt bij de vaststelling van de behoefte van de kinderen, zullen veel ouders (veelal vaders) een hogere bijdrage gaan betalen.

Is de door u te betalen of te ontvangen kinderalimentatie in de periode tussen 1 januari 2013 en nu vastgesteld of wilt u hierover meer weten? Neem dan vrijblijvend contact met ons op om te bezien welke gevolgen deze uitspraak voor u kan hebben!

Hoe ver reikt de zorgplicht van een bank?

bank1Op 14 augustus 2015 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de zorgplicht van een bank. De eiser in deze zaak had een beleggingsadviesrelatie met een bank en heeft op enig moment opdracht gegeven de aandelen te verkopen als de koers onder € 19,50 per aandeel zou zakken. Dit niveau werd die dag bereikt. Desondanks ging de bank niet tot verkoop over wegens een interne storing. Daar is contact over met de belegger. Deze besluit af te wachten en zijn aandelen niet te verkopen. Later stijgt de koers weer boven de € 20,-- per aandeel. Uiteindelijk stort de koers van de aandelen volkomen in en verkoopt hij zijn aandelen voor € 7,91 per aandeel.
Hoewel het Gerechtshof Amsterdam van oordeel is dat eiser zelf verantwoordelijk was voor het beheer van het belegde vermogen, wordt dit arrest door de Hoge Raad vernietigd. Zij stelt daarbij voorop dat op de bank een bijzondere zorgplicht rust tegenover deze particuliere belegger en hem uitdrukkelijk op de risico’s had moeten wijzen, die verbonden waren aan het aanhouden van de aandelen en bij hem had moeten informeren of hij opnieuw opdracht wilde geven tot verkoop van de aandelen als het niveau van de koers weer tot het niveau van € 19,50 per aandeel zou dalen.

Geconcludeerd kan worden dat op de bank een vergaande zorgplicht rust, welke niet alleen geldt bij vermogensbeheerrelaties, maar ook in geval van (beleggings)adviesrelaties.

Auteur: mevrouw mr. G.S. (Sigrid) Ebbeng-Horstman. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met haar op. Zij helpt u graag verder.

Prijsaanpassingen per 1 januari 2015

geld-cadeauZoals de meeste bedrijven passen ook wij jaarlijks onze tarieven aan, rekening houdend met kostenontwikkelingen en de tarieven in de markt.
Van oudsher zijn onze relaties in onze declaraties gewend, dat het netto uurtarief niet alleen wordt verhoogd met de verplichte omzetbelasting, maar ook met 6% kantoorkosten. Die kantoorkosten staan dan voor allerlei niet zichtbare kosten zoals porti, het gebruik van ict-kennissystemen, reiskosten, het opvragen van uittreksels  bij het Handelsregister en het Kadaster, etc.

De toenemende digitalisering van ook ons productieproces heeft al een aantal advocatenkantoren ertoe doen besluiten afscheid te nemen van deze opslag. Resultaat daarvan was dan echter in de regel, dat de opslag volledig werd opgenomen in het netto uurtarief.

Wij doen het anders. Ook wij vinden dat het rekenen van een forfaitair bedrag voor kantoorkosten niet meer van deze tijd is. Wij vieren dit jaar ons vijfentwintig jarig bestaan. Dat leek ons een  gepast moment die kantoorkosten niet langer in rekening te brengen. Wij verdisconteren dat echter niet één op één in ons netto uurtarief. We hebben  besloten van die 6% slechts een deel, 4%, op te nemen in het vaste uurtarief en verder voor 2015 geen tariefaanpassing door te voeren. Met als resultaat dat ons  tarief feitelijk met 2% wordt verlaagd. De nieuwe tarieven kunt u terug vinden op onze website.

Wij hopen hiermee een mooi signaal af te geven als start voor ons jubileumjaar en in de verwachting de duurzame samenwerking met onze vele vaste relaties te kunnen voortzetten.

Van den Wildenberg en Van Halder advocaten

Wet hervorming kindregelingen gevolgen hoogte kinderalimentatie

alimentatieBetaalt u (kinder)alimentatie? Let op: vanaf 1 januari 2015 betaalt u wellicht te veel als gevolg van wijzigingen van fiscale regelingen. Geldt dit ook voor u? Lees dan gauw verder.

Wet hervorming kindregelingen

Op 1 januari 2015 zal de Wet hervorming kindregelingen in werking treden. Het oogmerk van de hervorming is de vereenvoudiging van het huidige stelsel, het verhogen van de arbeidsparticipatie en het bieden van inkomensondersteuning waar dat nodig is. Door de hervorming wordt het aantal kindregelingen teruggebracht, zodat met ingang van 1 januari 2015 de volgende regelingen resteren:

  • kinderbijslag;
  • kindgebonden budget;
  • combinatiekorting;
  • kinderopvangtoeslag;
  • schoolboekenregeling.

Dat betekent dat de overige regelingen verdwijnen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de alleenstaande ouderkorting, het fiscaal voordeel van betaalde kinderalimentatie (voor meer informatie zie hierover het artikel van 25 augustus 2014 op onze website) en diverse toeslagen.

Alimentatie

Hoe wordt de hoogte van de te betalen alimentatie berekend? Alimentatie is enerzijds afhankelijk van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een bijdrage en anderzijds van de draagkracht van de alimentatieplichtige om daarin te kunnen voorzien. De laagste van de twee is bepalend voor de hoogte van de te betalen bijdrage.

Alimentatie: behoefte

Met ingang van 1 januari 2015 komen alleenstaande ouders die in aanmerking komen voor een kindgebonden budget ook in aanmerking voor een verhoging van dit kindgebonden budget met maximaal € 3.050,00 (voor 2015). Deze verhoging wordt de alleenstaande ouderkop genoemd. Tijdens de bespreking van onderhavig wetsvoorstel in de Eerste Kamer gaf de minister aan dat er geen aanspraak kan worden gemaakt op kinderalimentatie indien door zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget in de behoefte van het kind wordt voorzien. Dit betekent dat u wellicht aanzienlijk minder dan wel geen kinderalimentatie meer hoeft te betalen.

Alimentatie: draagkracht

Doordat de aftrekpost levensonderhoud kind in 2015 wordt afgeschaft, is de kinderalimentatie niet langer fiscaal aftrekbaar. Dat heeft gevolgen voor de draagkracht van de alimentatieplichtige. De draagkracht wordt namelijk lager, zodat het te betalen bedrag aan alimentatie zwaarder drukt op de alimentatieplichtige. De minister heeft aangegeven dat het logisch is dat de alimentatieplichtige een herziening van het alimentatiebedrag kan aanvragen. De minister is van oordeel dat de afschaffing van de aftrekpost levensonderhoud een wijziging van omstandigheden is, waardoor herziening van de alimentatie kan worden gevraagd.

Kort samengevat

De wetswijziging kan gevolgen hebben voor enerzijds de behoefte van de kinderen en anderzijds de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder(s). Wilt u weten of u niet (aanzienlijk) te veel alimentatie betaalt? Neem dan contact op met één van onze advocaten van de sectie personen- en familierecht. Zij maken graag een nieuwe alimentatieberekening voor u.

De Burenrechter

weegschaalDe rechtspraak staat niet stil en is volop in beweging. De rechtspraak wordt gemoderniseerd en gedigitaliseerd.

Om burengeschillen in een zo vroeg mogelijk stadium en zonder al te veel drempels aan een rechter voor te leggen is er een speciale rechter in het leven geroepen die bemiddelt en uitspraak doet in conflicten tussen buren. Er is sprake van een pilot. Het gaat om de rechtbanken Midden-Nederland (omgeving Utrecht) en Oost-Brabant (omgeving Eindhoven/’s-Hertogenbosch).

De burenrechter komt altijd ter plaatse kijken wat het probleem is en probeert buren via een gesprek zelf een oplossing te laten vinden. Het is niet mogelijk dat buren zelf de zaak ter bemiddeling aan de burenrechter voorleggen. Het inschakelen van de burenrechter geschiedt door een instantie, zoals een woningbouwvereniging. Als die door buurtbemiddeling niet verder komt, kan zij het geschil aan de burenrechter voorleggen. Beide buren moeten het ermee eens zijn dat hun geschil via de burenrechter wordt beslecht. De uitspraak die de burenrechter doet indien de bemiddeling door de rechter ook niet tot een oplossing leidt is voor beide partijen bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.

Auteur: de heer mr. P.A.C. van Buul. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met hem op. Hij helpt u graag verder.

Verhoging leeftijdsgrens voor de looptijd van huishoudelijke hulp

huishoudelijkBij het vaststellen van de omvang van de schade is vaak de looptijd van de schade van cruciaal belang. Onder looptijd wordt verstaan welke periode, meestal uitgedrukt in jaren, het slachtoffer van bijvoorbeeld een verkeersongeval schade blijft ondervinden als gevolg van dat ongeval. Indien het daarbij gaat om salarisschade, dan wordt veelal als maatstaf de AOW-gerechtigde leeftijd gehanteerd. Maar bij sommige andere schadeposten is de einddatum wat minder objectief te bepalen.

Zo ook bij de schade wegens te maken kosten voor huishoudelijke hulp. Die kosten lopen na pensionering natuurlijk gewoon door, maar ook weer niet onbeperkt aangezien algemeen wordt aangenomen dat mensen op zekere leeftijd hoe dan ook hulpbehoevend worden en zonder het ongeval dus ook kosten voor huishoudelijke hulp hadden moeten gaan maken. Maar welke leeftijd moet daarbij worden gehanteerd, en hoe stel je die dan vast? En is dat niet bij iedereen verschillend?

Om te voorkomen dat hierover in elk dossier steeds discussie ontstaat, zijn hiervoor door De Letselschade Raad richtlijnen ontwikkeld. Advocaten en aansprakelijke verzekeraars sluiten zich vaak bij die richtlijnen aan. Sinds jaar en dag wordt in de betreffende richtlijn Huishoudelijke Hulp een leeftijdsgrens van 70 jaar gehanteerd, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat we gemiddeld ouder worden dan voorheen en bovendien van overheidswege ervan uit wordt gegaan dat we tot steeds hogere leeftijd meer zelf zouden moeten (proberen te) doen in het huishouden. Genoeg redenen dus om vraagtekens te gaan plaatsen bij een generieke begrenzing van de looptijd op 70 jaar.

Recent heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over deze materie gebogen en geoordeeld dat er bij de vergoeding van kosten voor huishoudelijke hulp een leeftijdsgrens van 75 jaar als uitgangspunt genomen moet worden. Het Gerechtshof achtte de door de verzekeringsmaatschappij bepleite begrenzing op 70 jaar met zoveel woorden achterhaald, daarbij expliciet verwijzend naar (1) de ontwikkeling dat ouderen tot op hogere leeftijd in staat worden geacht zelfredzaam te zijn en (2) de fors toegenomen levensverwachting.

Deze redenen zouden in er de (nabije) toekomst toe moeten leiden dat de Letselschaderaad zijn Richtlijnen aanpast en ook een hogere leeftijdsgrens zal stellen. In ieder geval zullen wijhet oordeel van het Gerechtshof tot het onze maken, door in de onderhandelingen met aansprakelijke verzekeraars (en zo nodig in procedures) een beroep te doen op de leeftijdsgrens van 75 jaar. Wat ons betreft is een leeftijdsgrens voor dergelijke kwesties van 70 jaar passé!

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neem dan gerust contact op met de sectie Letselschade en verzekering. Zij helpen u graag verder.

Kinderalimentatie binnenkort niet langer fiscaal aftrekbaar

alimentatieNog tot 1 januari 2015 is – onder bepaalde voorwaarden – een deel van de betaalde kinderalimentatie fiscaal aftrekbaar. De hoogte van het fiscaal aftrekbare bedrag is afhankelijk van de leeftijd van het kind en daarnaast van het aandeel in de totale kosten van het levensonderhoud van het kind. Vanaf 1 januari 2015 komt daar verandering in. De betaalde kinderalimentatie is dan niet langer fiscaal aftrekbaar. Voor de ouder die kinderalimentatie betaalt, kan dat nadelig zijn. Immers, de betreffende ouder heeft niet langer recht op een belastingteruggave. In de praktijk werd met dit belastingvoordeel echter wel rekening gehouden. Het fiscale voordeel wordt namelijk opgeteld bij de draagkracht voor kinderalimentatie. Voor de alimentatiebetaler bestaat de kans dat hij of zij vanaf 1 januari 2015 meer gaat betalen dan zijn of haar draagkracht toelaat.

Indien dat het geval is, is het aan te bevelen om als alimentatiebetaler in overleg te treden met de alimentatieontvanger om te bezien of er in onderling overleg afspraken kunnen worden gemaakt over een eventuele verlaging van de kinderalimentatie. Nu het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bepaald dat het wegvallen van het fiscale voordeel kan worden aangemerkt als een wijziging van omstandigheden, kan ook aan de rechtbank worden verzocht de kinderalimentatie te wijzigen. Tevens een goede aanleiding om ook te laten toetsen of de eerder gemaakte berekening ook op andere aspecten nog aan de wettelijke maatstaven voldoet.

Twijfelt u of de door u te betalen kinderalimentatie nog conform de wettelijke maatstaven is, neemt u dan gerust contact op met één van onze advocaten van de sectie personen- en familierecht. Zij maken graag een nieuwe alimentatieberekening voor u.

Wet Werk en Zekerheid half jaar uitgesteld

uitroepteken

Op 10 juni 2014 is de WWZ door de Eerste Kamer aangenomen. Dat betekent dat de WWZ – na publicatie in het Staatsblad – definitief in werking kan treden.

In tegenstelling tot de eerdere planning gaan de eerste maatregelen van de WWZ niet in op 1 juli 2014, maar op 1 januari 2015. De ingangsdatum van de overige wijzigingen blijft ongewijzigd vastgesteld op 1 juli 2015.

Het uitstel van een half jaar is op 3 juni jl. door minister Asscher bekend gemaakt. De toen nog resterende termijn tot 1 juli 2014 zou te kort zijn om werkgevers goed te informeren over de eerste wijzigingen.

Per 1 januari 2015 zal het volgende veranderen:

Aanzegtermijn
De werkgever is per januari 2015 verplicht om de werknemer uiterlijk één maand voor afloop van het tijdelijke contract schriftelijk te informeren of het contract al dan niet wordt verlengd. Deze verplichting geldt niet voor contracten korter dan zes maanden. Als de werkgever zich niet houdt aan deze aanzegplicht, is hij een vergoeding van maximaal één maand loon verschuldigd.
De aanzegtermijn wordt verplicht voor de tijdelijke contracten - ook de lopende - die eindigen op of na 1 februari 2015.

Proeftijd
Werkgevers mogen na 1 januari 2015 geen proeftijd meer overeenkomen in contracten van maximaal zes maanden. Tevens is een proeftijdbeding in een opvolgende contract bij dezelfde werkgever nietig, tenzij het nieuwe contract duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden van de werknemer eist. Daarnaast bepaalt de WWZ dat een proeftijdbeding nietig is, indien deze met een nieuwe (formele) werkgever wordt overeengekomen die kan worden beschouwd als opvolgend werkgever.

Concurrentiebeding
In de nieuwe wet is het met ingang van 1 januari 2015 niet meer toegestaan een concurrentiebeding op te nemen in een tijdelijk contract, tenzij daarin schriftelijk wordt gemotiveerd dat zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen opname van het beding vergen. De werkgever dient op het moment dat hij zich op het concurrentiebeding beroept, te kunnen aantonen dat deze belangen nog steeds bestaan.

Voor de inhoud van de wijzigingen per 1 juli 2015 verwijs ik u graag naar eerder op onze website verschenen artikel over de WWZ met dien verstande dat in dat artikel in plaats van 1 juli 2014 gelezen moet worden 1 januari 2015.

Heeft u daarbij hulp nodig of wil u meer informatie, neem dan contact op met de sectie arbeidsrecht van ons kantoor.

Terugblik Arbo Meets Legal 4.0 - 17 april 2014

aml-2014Diepgang, confrontatie, humor en verrassende uitspraken!

Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten en De Bedrijfspoli kijken met trots terug op een wervelend seminar over "ziek zijn of zo zijn". Het seminar vond plaats op 17 april 2014 in het Lindenbergtheater in Nijmegen, met medewerking van een échte rechter. Het seminar had dan ook als thema: "Spreekt u de taal van de rechter?"

Theater De Lindenberg werd omgetoverd tot een heuse rechtszaal waarin een raadsheer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch zijn oordeel heeft geveld in een drietal procedures. De procedures zijn nagebootst zoals deze zich daadwerkelijk in de praktijk hebben voorgedaan. De advocaten van Van den Wildenberg & Van Halder hebben de belangen van werkgever en werknemer behartigd. De bedrijfsartsen van De Bedrijfspoli en een psychiater zijn als deskundigen opgeroepen.

Tijdens deze rechtszaken zijn verschillende onderwerpen waarmee werkgevers worstelen in de praktijk de revue gepasseerd: een disfunctionerende werknemer, een alcoholverslaafde werknemer en een werknemer met een burn-out. De aanwezigen werd duidelijk gemaakt wanneer er nu sprake is van ziekte en wanneer van disfunctioneren ofwel "ziek zijn" of "zo zijn" en hoe een werkgever
hiermee het beste kan omgaan.

De 200 ondernemers die ons seminar bezochten waren na afloop zeer positief: zij weten voortaan beter wat te doen om de sympathie van de rechter te krijgen en gingen onder meer naar huis met een aantal concrete en nuttige tips van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten en De Bedrijfspoli.

Graag delen wij - mede voor degenen die helaas niet in de gelegenheid waren ons seminar bij te wonen - een aantal tips met u in dit artikel:

  • Alles begint en eindigt met een goed dossier; wie schrijft die blijft.
    Het klinkt als een open deur, maar je moet er als werkgever niet aan denken dat je
    een sterke zaak hebt, maar het bij de rechter niet kunt onderbouwen en
    bewijzen.
  • Zorg binnen uw organisatie voor een duidelijk alcohol en drugsprotocol (let op art. 27 WOR). Op het moment dat u een helder alcohol en drugsprotocol heeft, kan uw werknemer zich er niet achter verschuilen dat hij bijvoorbeeld niet wist dat "de soep zo heet wordt gegeten". Een dergelijk protocol is wel adviesplichtig in de zin van de WOR en dient derhalve wel aan de Ondernemingsraad te worden voorgelegd.
  • De grens tussen 'ziek zijn' of 'zo zijn' is soms vaag: wanneer is nu sprake van
    ziekte en wanneer van disfunctioneren. Raadpleeg ons in voorkomende gevallen.
  • Burn out? Blijf in contact met bedrijfsarts en werknemer en zorg dat u als
    werkgever de regie houdt.
  • Een vermoeden dat het disfunctioneren samenhangt met dyslexie? Laat iemand zo
    mogelijk testen.
  • Vermoedt u dat uw werknemer een verslaving heeft? Raadpleeg de STECR Werkwijzer
    Verslaving en Werk. De meeste werkgevers zijn bekend met de STECR Werkwijzer
    Arbeidsconflicten, maar in geval van een verslaafde werknemer is voornoemde
    STECR zeker het lezen waard.
  • Een karakterstructuur of persoonlijkheidsproblematiek is op zichzelf geen ziekte, maar kan wel tot ziekte leiden. Let op het opzegverbod op grond van de WGBH/CZ (Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische ziekte. Zo wordt bijvoorbeeld een alcoholverslaving in bepaalde gevallen gezien als een chronische ziekte zodat voornoemd opzegverbod van toepassing is.

De bovenstaande tips zijn een kleine greep uit de verschillende tips die door de rechter, onze advocaten en de bedrijfsartsen tijdens het seminar zijn gegeven. Mocht u een compleet overzicht willen ontvangen van de tips, stuur dan een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Zij stuurt u dit graag toe. De presentatie van die middag kunt u binnenkort inzien op www.arbomeetslegal.nl.

Auteur: mevrouw mr. M.A.M. (Marloes) Loeffen-Gruitrooij. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met haar op. Zij helpt u graag verder.

Wet Werk en Zekerheid: veranderingen per 1 juli 2014/2015

toga-boek-handenFlexibele contracten worden minder flex en vaste contracten worden minder vast, althans als het aan de wetgever ligt bij de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). De aangekondigde wet dient nog door de Eerste Kamer te worden goedgekeurd.

Eerder een vast contract, geen concurrentiebeding, beperking van de proeftijdmogelijkheden en een aanzegtermijn bij tijdelijke contracten. Dit zijn enkele wijzigingen die de wetgever wil doorvoeren met de WWZ om de werknemer met een tijdelijk contract (de flexwerker) meer bescherming te bieden. Hoewel de belangrijkste wijzigingen pas per 1 juli 2015 worden ingevoerd, zijn er echter ook maatregelen die per 1 juli 2014 gaan gelden. Wij zetten voor u de belangrijke wijzigingen op een rij.

Wat verandert er per 1 juli 2014?

Aanzegtermijn

De werkgever is per juli 2014 verplicht om de werknemer uiterlijk één maand voor afloop van het tijdelijke contract schriftelijk te informeren of het contract al dan niet wordt verlengd. Deze verplichting geldt niet voor contracten korter dan zes maanden. Als de werkgever zich niet houdt aan deze aanzegplicht, is hij een vergoeding van maximaal één maand loon verschuldigd.

De aanzegtermijn wordt verplicht voor de tijdelijke contracten - ook de lopende - die eindigen op of na 1 augustus 2014.

Proeftijd

Werkgevers mogen na 1 juli 2014 geen proeftijd meer overeenkomen in contracten van maximaal zes maanden. Tevens is een proeftijdbeding in een opvolgende contract bij dezelfde werkgever nietig, tenzij het nieuwe contract duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden van de werknemer eist. Daarnaast bepaalt de WWZ dat een proeftijdbeding nietig is, indien deze met een nieuwe (formele) werkgever wordt overeengekomen die kan worden beschouwd als opvolgend werkgever.

Concurrentiebeding

In de nieuwe wet is het met ingang van 1 juli 2014 niet meer toegestaan een concurrentiebeding op te nemen in een tijdelijk contract, tenzij daarin schriftelijk wordt gemotiveerd dat zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen opname van het beding vergen. De werkgever dient op het moment dat hij zich op het concurrentiebeding beroept, te kunnen aantonen dat deze belangen nog steeds bestaan.

Wat verandert er in de zogeheten ‘ketenregeling’ (per 1 juli 2015)

Als het aan de wetgever ligt, wordt de huidige ketenregeling voor tijdelijke contracten aangepast per 1 juli 2015. Concreet betekent dit dat er automatisch een vast contract ontstaat, als een reeks van opeenvolgende tijdelijke contracten een periode van 24 maanden (nu nog 36 maanden) overschrijdt. Van opeenvolgende contracten is sprake als zij elkaar met een tussenpoos van niet meer dan 6 maanden (momenteel 3 maanden) opvolgen. De bepaling dat een vast contract ontstaat bij meer dan drie schakels, oftewel bij meer dan drie opeenvolgende tijdelijke contracten, blijft ongewijzigd. Bij CAO kan van de ketenregeling worden afgeweken.

Wat betekent dit voor bestaande contracten?

De nieuwe ketenregeling geldt voor alle arbeidscontracten die worden gesloten op of na 1 juli 2015. Dit betekent ook dat een contract die binnen zes maanden na een daaraan voorafgaande contract is gesloten, als opvolgend contract in de zin van de nieuwe ketenregeling moet worden beschouwd.

Het overgangsrecht bepaalt daarnaast dat als een bestaand tijdelijk contract op 1 juli 2015 nog niet de periode van 24 maanden is gepasseerd, maar dat dit wel op enig moment na 1 juli 2015 gaat gebeuren, de huidige regeling met de termijn van 36 maanden van toepassing blijft op dat contract.

De huidige regeling blijft eveneens gelden als er op 1 juli 2015 een CAO geldt waarin toepassing is gegeven aan de afwijkingsmogelijkheden. Na afloop van de CAO, maar maximaal tot gedurende anderhalf jaar na inwerkingtreding (oftewel tot 1 januari 2017), wordt de nieuwe ketenregeling van toepassing.

Weet waar u aan toe bent

  • Noteer duidelijk welke tijdelijke arbeidscontracten eindigen op of na 1 augustus 2014 en zorg voor een tijdige aanzegging.
  • Pas per 1 juli 2014 nieuwe arbeidscontracten aan in verband met de wijzigingen op het gebied van de proeftijd en concurrentiebeding.
  • Maak uw tijdelijke arbeidscontracten Wet Werk en Zekerheid-proof door deze tijdig op een rij te zetten en de einddatum daarvan te bepalen, om vervolgens vast te stellen wat de nieuwe ketenregeling per 1 juli 2015 precies voor u gaat betekenen.
  • Check of er een CAO met afwijkmogelijkheden geldt.
  • Houdt onze website in de gaten voor verder updates betreffende de Wet Werk en Zekerheid.

Heeft u daarbij hulp nodig of wil u meer informatie, neem dan contact op met de sectie arbeidsrecht van ons kantoor.

Auteur: mr. A. (Andries) van der Wijk

Wetsvoorstel Wet scheiden zonder rechter

familierecht-boekOm te kunnen scheiden moet je tot nu toe naar de rechter. En dat kun je niet alleen, je bent verplicht een advocaat in te schakelen (het procesmonopolie heet dat).

In de politiek gaan stemmen om dat allemaal wat eenvoudiger en minder kostbaar te maken. Daartoe heeft staatssecretaris Teeven onlangs het concept-wetsvoorstel 'Wet scheiden zonder rechter' voor advies naar verschillende instanties (waaronder de Raad voor de rechtspraak, Nederlandse Orde van Advocaten en Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie) gestuurd. Het wetsvoorstel vloeit voort uit het regeerakkoord.

Zodra de adviesronde is afgerond, is het de verwachting dat een definitief wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Pas als zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer het wetsvoorstel aannemen, kan het voorstel wet worden.

In de voorgestelde regeling is tussenkomst van een rechter en bijstand door een advocaat niet meer verplicht, mits wordt voldaan aan de twee volgende cumulatieve voorwaarden:

  • er is sprake van een gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek (dat wil zeggen een verzoek gedaan door beide echtgenoten) en
  • in het gezin zijn geen minderjarige kinderen.

Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, kunnen de echtgenoten in het voorstel van de staatssecretaris hun huwelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand laten ontbinden. Hiervan wordt door de ambtenaar een akte opgemaakt. Let wel: dit is geen verplichting. Echtgenoten kunnen er nog steeds ook voor kiezen om de rechter in te schakelen en dat zal wel moeten als ze het niet eens kunnen worden over de echtscheiding en de gevolgen daarvan.

Devoorgestelde regeling heeft volgens Teeven het doel om de echtscheidingsprocedure te vereenvoudigen en goedkoper te maken voor echtgenoten die het onderling gewoon eens zijn over de echtscheiding en de gevolgen daarvan. Bovendien kunnen echtgenoten hun eigen verantwoordelijkheid nemen.

Echter, aan de voorgestelde regeling kleven ook nadelen. Wat zijn de consequenties als de echtgenoten de door hen gemaakte afspraken niet overzien? Wat dient er te gebeuren als echtgenoten zijn gescheiden, maar nadien nog problemen ontstaan in het kader van de verdeling/afwikkeling van de gemeenschap van goederen of van de huwelijksvoorwaarden? Dan zullen zij alsnog juridisch advies moeten inwinnen, kosten moeten maken en wellicht moeten constateren dat er helaas geen weg terug meer is.

Ook in de gevallen waarin later blijkt geen sprake is geweest van gelijke uitgangspunten of van dwang of misleiding.

Kortom, de vraag is in hoeverre het wetsvoorstel de echtscheiding eenvoudiger en goedkoper maakt en wat de maatschappelijke risico's zoal zijn.

Voor de volledige tekst van het wetsvoorstel, alsmede een toelichting daarop, verwijs
ik u graag naar de volgende link.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neem dan gerust contact met de sectie Personen- en Familierecht op. Zij helpen u graag verder.

Wie mag aanwezig zijn bij het bespreken en passeren van een testament?

notarisOnlangs is door ons kantoor geprocedeerd over de vraag of de partner van de testateur aanwezig mocht zijn bij de besprekingen en het passeren van het testament. "Nee", zo luidde het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam in deze zaak, waarvan de uitspraak recentelijk gepubliceerd is en die de klacht tegen de notaris op dit punt gegrond verklaarde.

Het Hof overweegt als volgt: "In het onderhavige geval heeft de notaris niet voldaan aan de hier geformuleerde op hem rustende verplichting en heeft hij de keuze om niet op enig moment afzonderlijk met erflaatster en haar partner de relevante aspecten van het testament te bespreken evenmin afdoende kunnen verantwoorden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Gezien de verhoudingen die erflaatster wenste te regelen (tussen haar partner en haar kinderen), was er in dit geval reden het testament ten minste op enig moment met erflaatster te bespreken buiten aanwezigheid van haar partner."

Al vaker heeft het Gerechtshof Amsterdam zich kritisch uitgelaten over de vraag of een begunstigde aanwezig mag zijn bij besprekingen over het testament en het passeren van het testament zelf. Dat dit in de notariële praktijk gebruikelijk is, doet daar niets aan af.

Auteur: mevrouw mr. drs. G.S. (Sigrid) Ebbeng-Horstman. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met haar op. Zij helpt u graag verder.

(ROZ-)BOETEBEDING wordt bedreigd met nietigheid

realestateVeel overeenkomsten tussen een professionele partij en een consument bevatten een boeteclausule. Dat is tevens het geval in huurovereenkomsten waarbij tussen partijen de toepasselijkheid van de ROZ-voorwaarden is overeengekomen. Vaak maakt deze boeteclausule geen onderscheid naar gelang de ernst en aard van de overtreding (de tekortschietende handeling) waardoor de boete fors kan oplopen. Weliswaar werd dat boetebedrag weleens door de rechter gematigd, echter sinds de recente rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van 30 mei 2013, het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2013 en het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013, is hier verandering in gekomen.

Deze uitspraken hebben namelijk tot gevolg dat de Nederlandse rechter die heeft vastgesteld dat een boetebeding in een overeenkomst 'oneerlijk' is in de zin van de Europese Richtlijn 93/13 EEG 'oneerlijke bedingen', verplicht is dat beding in het geheel buiten toepassing te laten. De rechter heeft geen ruimte meer om het (boete)bedrag te matigen. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde in het arrest van 24 september 2013 bijvoorbeeld dat het boetebeding van artikel 20 in de ROZ-voorwaarden van woonruimte volgens de Europese Richtlijn 'onredelijk' is en liet het beding geheel buiten toepassing.

Wat betekent dit nu voor de praktijk? Uit deze rechtspraak komt naar voren dat een (boete)beding als 'oneerlijk' wordt beschouwd, indien er over de boetebedingen niet is onderhandeld, er geen onderscheid wordt gemaakt naar de ernst van de overtreding en de hoogte van de boete, er geen limiet aan de boete is gesteld en dat naast de contractuele boete ook afzonderlijk schadevergoeding kan worden gevorderd. Professionele partijen, waaronder dus ook professionele verhuurders van woonruimte, doen er dus verstandig aan het boetebeding zorgvuldiger op te stellen. Hierbij kan worden gedacht van het maken van onderscheid naar de aard en de ernst van de overtreding en het opstellen van een lijst van overtredingen waarin per overtreding de boete wordt bepaald. Ook raden wij aan de boetes te maximeren.

Voor meer informatie over het bovenstaande, kunt u contact opnemen met de heer mr. A. (Andries) van der Wijk.

Procederen tegen een vijf

schoolklas-leraar"Procederen tegen een vijf" betreft de titel van een recent verschenen artikel in het Advocatenblad. Het artikel gaat over de gesignaleerde juridisering van het onderwijs. Ouders leggen zich er niet bij neer als de schoolprestaties van hun kind of de kwaliteit van het onderwijs achterblijven. Zij verlangen resultaten en spreken de school daarop - ook in rechte - aan. Onze onderwijsadvocaten staan in de dagelijkse praktijk van deze ontwikkeling. Met een goed oog voor waar het werkelijk om gaat staan zij scholen, maar ook ouders bij in de vaak gevoelige kwesties. Het gaat immers om de leerontwikkeling van kinderen en een belangrijke vertrouwensrelatie die verder moet. Heeft u als school een conflict met een ouder of als ouder zijnde met school, neem dan contact op met een van onze onderwijsspecialisten om uw kwestie te bespreken.

Auteur: mevrouw mr. N. (Natalja) Stommels.

Loonbetaling en re-integratieperikelen

huisarts-patientEen werknemer die ziek is, heeft in principe recht op doorbetaling van zijn loon. Daar staat tegenover dat hij verplicht is mee te werken aan de re-integratie als hij daar medisch gezien toe in staat is. Als de werknemer (zonder deugdelijke grond) weigert om aan de re-integratie mee te werken, kunt u, als werkgever zijnde, een sanctie opleggen. De sanctie komt er op neer dat de loonbetaling stop gezet kan worden. U moet de werknemer dat wel vooraf meedelen.

Nu komt het regelmatig voor dat de bedrijfsarts adviseert om in het kader van de re-integratie het (eigen of passend) werk gedeeltelijk te hervatten en vervolgens het aantal uren langzaamaan uit te breiden. De werknemer moet dan bijvoorbeeld starten met 2 x 3 uur per week en vervolgens iedere week uitbreiden met 3 uur. Stel dat de werknemer weigert om het werk te hervatten en niet mee wil werken aan het door de bedrijfsarts opgestelde opbouwschema, mag dan de loonbetaling volledig, dus over alle contracturen, worden stopgezet?

Deze vraag is onlangs door twee gerechtshoven afzonderlijk met "ja" beantwoord. De motivering van de antwoorden is echter verschillend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zoekt aansluiting bij de tekst van de wet. Uit de wet blijkt niet dat het loon slechts gedeeltelijk, dus bijvoorbeeld alleen over 2 x 3 uur per week, stopgezet zou kunnen worden. Het loon kan stopgezet worden over de hele periode waarin het gedrag (het niet meewerken aan de re-integratie) van de werknemer plaatsvindt. Verder is het gerechtshof van mening dat slechts bij stopzetting van het volledige loon de werknemer een voldoende prikkel krijgt om alsnog mee te werken aan zijn re-integratie. Wel kunnen er volgens het Hof bijzondere omstandigheden aan de orde zijn, waardoor het onaanvaardbaar is om de loonbetaling volledig te stoppen. Het antwoord is dus "ja, tenzij.....".

Het gerechtshof Den Bosch heeft een andere insteek: het loon mag volledig worden stopgezet maar juist alleen als sprake is van bijzondere omstandigheden. Dat lijkt dus meer op, "nee, tenzij...". Bijzondere omstandigheden zijn volgens het hof bijvoorbeeld aanwezig wanneer de werknemer weigert mee te werken aan het door de bedrijfsarts opgestelde opbouwschema. In zo'n geval werkt de werknemer niet mee aan de re-integratie als geheel en is een volledige stopzetting van de loonbetaling gerechtvaardigd.

Kortom, in het genoemde voorbeeld zal volledige stopzetting van het loon meestal mogelijk zijn, maar voorzichtigheid is geboden. Uiteindelijk zijn toch de concrete omstandigheden van het geval doorslaggevend.

Heeft u een dergelijke situatie bij de hand en twijfelt u over de sanctiemogelijkheden, neem dan gerust contact op met de sectie Arbeidsrecht. Zij helpen u graag verder.

Proef met ‘no cure, no pay’ in de advocatuur vanaf 1 januari 2014

toga-boek-handenEen meerderheid van het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft ingestemd met een no cure no pay-experiment. Met ‘no cure no pay’ wordt bedoeld dat de betreffende advocaat slechts wordt betaald als hij de zaak heeft gewonnen. Het experiment is beperkt tot letselschadezaken en overlijdensschadezaken.

Op dit moment is het advocaten nog niet toegestaan om dergelijke afspraken te maken. Dit verbod wordt vanaf 1 januari 2014 gedeeltelijk opgeheven. Het doel van dit experiment is het verlagen van de drempel voor diegenen die niet voor door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen, maar voor wie rechtsbijstand door een advocaat toch een te hoge financiële drempel zou betekenen om een procedure te starten.

In ruil voor introducering van het no cure, no pay principe mogen letselschadeadvocaten een hoger uurtarief hanteren. De orde heeft wel beperkingen opgelegd aan het experiment. De advocaatkosten mogen voor de cliënt in totaal niet hoger zijn dan 25% van de opbrengst van de zaak.

Auteur: mevrouw mr. drs. G.S. (Sigrid) Ebbeng-Horstman. Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met haar op. Zij helpt u graag verder.

De website van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten maakt gebruik van cookies voor het beheer van de Google Analytics statistieken. Hiermee kunnen we steeds beter inspelen op de informatiebehoefte van u als bezoeker. Graag vragen wij uw toestemming voor het plaatsen van deze cookies, voor meer informatie kunt u hier klikken. Akkoord