Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x
Ons oog ziet alles
Ons oog stelt scherp
Ons oog voor u

Voldoet uw sommatie wel aan de wet?

rekeningen betalenOp 25 november 2016 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op een aantal door de kantonrechter gestelde vragen. Een kantonrechter kan rechtstreeks aan de Hoge Raad vragen stellen over rechtsvragen, indien de beantwoording ervan een groter belang kent dan alleen de betreffende zaak die onder de rechter is.

De mogelijkheid voor de kantonrechter om deze vragen te stellen (prejudiciële vragen) bestaat nog niet zo lang. In het verleden betekende dat, dat dergelijke relevante vragen eigenlijk nooit aan het hoogste rechtscollege werden voorgelegd. Het individuele belang van de betreffende zaak rechtvaardigt namelijk niet dat er in hoger beroep en zelfs in cassatie bij de Hoge Raad wordt geprocedeerd.

De kantonrechter heeft nu antwoord gekregen op de vragen die voor de incassopraktijk zeer van belang zijn.

Waar gaat het om?

In artikel 6:96 lid 6 BW staat het navolgende:

“De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.”

De vragen hadden betrekking op de in de wet opgenomen termijn van ‘veertien dagen aanvangende de dag na aanmaning’.

In veel sommatiebrieven is terug te lezen dat de vordering betaald kan worden: “binnen veertien dagen na heden of veertien dagen na dagtekening van deze brief”.

Die formulering voldoet niet dus aan de wettelijke bepaling.

 Wat is nu het gevolg als de termijn niet juist in de brief staat vermeld?

In verstekzaken – als de gedaagde niet komt opdagen, wat verreweg bij de meeste incassoprocedures gebeurt – keek de kantonrechter eigenlijk niet naar die bepalingen en werden de gevorderde buitengerechtelijke kosten gewoon toegewezen.

 Daar heeft de Hoge Raad dus nu een stokje voor gestoken. Indien in de brief niet staat dat uiterlijk binnen de in de wet voorgeschreven termijn de hoofdsom zonder verdere kosten kan worden voldaan, kan de schuldeiser in de procedure geen aanspraak maken op de buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad oordeelt dat de strekking van de bepaling is om de consument duidelijk te maken binnen welke termijn hij de gelegenheid heeft om zonder bijkomende kosten de vordering te voldoen. Indien de termijn niet goed in de brief staat vermeld, kan de schuldeiser geen aanspraak maken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

 Als er nog geen procedure aanhangig is gemaakt kan de schuldeiser nog wel een herstelbrief sturen waarin wel de juiste termijn vermeld staat, maar als er al een procedure loopt dan kan dat verzuim dus niet worden hersteld en worden die kosten afgewezen. In een individueel geval is dat nog wel te overzien, maar voor professionele partijen gaat het over aanzienlijke bedragen.

 De oplossing

Het is dus zaak dat u uw sommatiebrief inricht die in overeenstemming is met de wettelijke bepaling.

 Mocht u vragen hebben kunt u terecht bij een van onze incassospecialisten.

De website van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten maakt gebruik van cookies voor het beheer van de Google Analytics statistieken. Hiermee kunnen we steeds beter inspelen op de informatiebehoefte van u als bezoeker. Graag vragen wij uw toestemming voor het plaatsen van deze cookies, voor meer informatie kunt u hier klikken. Akkoord