Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x
Ons oog ziet alles
Ons oog stelt scherp
Ons oog voor u

Veel arbeidsovereenkomsten ontbonden met wederzijds goedvinden

seo economisch onderzoek 4In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft SEO Economisch Onderzoek een rapport uitgebracht omtrent de uitkomsten van een (empirisch) onderzoek naar de wijze waarop werkgevers arbeidsovereenkomsten met hun werknemers beëindigen (klik hier voor het rapport). Het 116 pagina’s tellende rapport bevat interessante resultaten, waarvan ik er een aantal kort bespreek.

Uit het rapport blijkt onder meer dat het aantal arbeidsovereenkomsten dat door ontbinding door de rechter sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) sterk is gedaald. Dat is nog slechts 4%. Ook het UWV is geen ‘arbeidsovereenkomstenvermorzelaar’, nu slechts 20% van alle beëindigingen het directe gevolg is van een door het UWV afgegeven ontslagvergunning. Het ontslag op staande voet heeft, met 6% van alle beëindigingen, ook geen substantiële rol.

Diegenen die hebben meegerekend, zullen reeds de conclusie hebben getrokken dat maar liefst 70% van alle beëindigingen plaatsvindt door ontslag met wederzijds goedvinden. Uit het rapport blijkt dat dit aandeel sinds 2011-2012 sterk is toegenomen, nu dit aandeel in 2011-2012 nog ‘slechts’ 61% bedroeg.

Bovenstaande cijfers geven wellicht een ietwat vertekend beeld, nu het lijkt of een werkgever er onverstandig aan doet voor ontslag naar het UWV of de kantonrechter te gaan. Onder meer wanneer werkgever en werknemer er samen niet uitkomen, kan het voor een werkgever (en soms ook voor een werknemer) pure noodzaak zijn om een gang naar de kantonrechter of het UWV te maken. Eenmaal voor die route gekozen, komt het dan meestal alsnog tot overeenstemming tussen partijen, waardoor het UWV, of de kantonrechter de taak om de arbeidsovereenkomst te beëindigen niet op zich hoeft te nemen. Wellicht dat deze nuancering bij een volgend onderzoek kan worden betrokken.

mr. J. (Jarno) Smit

 

Zomervakantie is in aantocht! Hebt u al gedacht aan het toestemmingsformulier?

zomerDe zomervakantie is in aantocht!

Koffers gepakt en het toestemmingsformulier voor reizen met uw (klein)kinderen naar het buitenland bij u in uw handbagage?

Als alleenreizende ouder of grootouders met minderjarige kinderen of kleinkinderen tot 18 jaar, moet u toestemming hebben van beide ouders om op reis te kunnen gaan. Om internationale kinderontvoering te voorkomen controleert de Koninklijke Marechaussee dit jaar extra of die toestemming er is. Immers in álle gevallen dat u met uw (klein)kind naar het buitenland op vakantie gaat, is de toestemming van beide ouders vereist, tenzij u alleen met het ouderlijk gezag bent belast. Als alleenreizende ouder of grootouder dient u op verzoek van de Koninklijke Marechaussee aan te tonen dat u de vereiste toestemming van de niet meereizende ouder(s) hebt.

Wenst u problemen te voorkomen, goed voorbereid op reis te gaan en uw vlucht niet te missen? Dan raad ik u aan om vooraf de toestemming van de niet meereizende ouder(s) vast te leggen door middel van het formulier dat u kunt downloaden via deze link. Tevens wordt geadviseerd om extra tijd uit te trekken als alleenreizende ouder bij vertrek vanaf Schiphol. Onder andere vanwege de extra controles die veel tijd kunnen kosten.

Hebt u nog vragen over het toestemmingsvereiste, het gezamenlijk ouderlijk gezag, de weigering voor het verlenen van toestemming of anderszins? Neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op.

 Door: mr. S. (Stefanie) van Helvert

Gedragsaanwijzing

huurhuizenHet ontbinden van de huurovereenkomst en het ontruimen van de woning is in sommige situaties van overlastveroorzakende huurders een te ingrijpend middel. Het opleggen van een gedragsaanwijzing kan in die situaties een oplossing zijn voor deze problemen. De gedragsaanwijzing is een afspraak die een verhuurder kan maken met een huurder die voor overlast zorgt. Die afspraak gaat dan deel uitmaken van de huurovereenkomst. Je kunt een gedragsaanwijzing ook via de rechter laten opleggen als de huurder niet mee wil werken. Feitelijk is een gedragsaanwijzing het uitwerken van de verplichtingen die een huurder op grond van de huurovereenkomst al heeft, maar dan heel specifiek en concreet op de individuele huurder toegespitst.

Een gedragsaanwijzing kan zowel een verbod inhouden als een gebod.

Als voorbeeld:
- Een huurder die zeven honden houdt, moet het aantal honden terugbrengen tot twee;
- Een huurder mag geen muziek meer spelen na 22.30 uur ’s avonds;
- Een huurder moet zijn verwaarloosde tuin in goede staat brengen en houden;
- De huurder bij psychische of sociale problemen laten meewerken aan hulpverlening.

Het opleggen of afspreken van een gedragsaanwijzing kan de overlast terugbrengen en voorkomen dat de verhuurder een procedure moet starten tegen de huurder om de huurovereenkomst te laten ontbinden en de woning te laten ontruimen.

Voor meer vragen kunt u contact opnemen met een van de advocaten van de sectie Vastgoed.

 

Auteur: de heer mr. P.A.C. (Paul van Buul). Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact met de leden van de sectie Vastgoed op. Zij helpen u graag verder.

Aso-wet een feit

woonoverlastAso-wet een feit: uitbreiding bevoegdheid Burgemeester bij overlast ‘Wet aanpak woonoverlast’

Met ingang van 1 juli 2017 treedt er een nieuw artikel (151d) in de Gemeentewet in werking die burgemeesters de bevoegdheid geeft om woonoverlast aan te pakken. Deze nieuwe regelgeving heet formeel: Wet aanpak woonoverlast en wordt ook wel ‘aso-wet’ genoemd.
Doel van de regeling is om woonoverlast aan te pakken. Burgemeesters kunnen gericht gaan optreden tegen mensen die woonoverlast veroorzaken. In eerste instantie betreft het een zogenaamde gedragsaanwijzing die de burgemeester aan een burger kan geven. Indien de burger deze gedragsaanwijzing niet opvolgt, kan een burgemeester de burger de toegang tot de woning gedurende een bepaalde tijd (tien dagen) ontzeggen.

De burgemeester kan dit instrument slechts inzetten als het om ernstige en herhaaldelijke hinder gaat en de overlast redelijkerwijs niet op een andere geschikte (minder ingrijpende) wijze tegen te gaan is. Bijvoorbeeld door het geven van een waarschuwing, door buurtbemiddeling of mediation. Het kan bovendien alleen dan worden ingezet, als er in de gemeentelijke verordening een basis voor bestaat, met andere woorden dat in de verordening een gebod is opgenomen.

Voor meer vragen kunt u contact opnemen met een van de advocaten van de sectie Vastgoed.

Out-of-the-box: theatershow brengt advocaat en bedrijfsarts samen op de planken

Lees het interview in de "Update" van De Bedrijfspoli met Vincent van Waterschoot.

artikel Update Bedrijfspoli 1

artikel Update Bedrijfspoli 2

In voor- en tegenspoed?

huwelijk“In voor- en tegenspoed? Met ingang van 1 januari 2018  is er sprake van een grote wijziging in het huwelijksvermogensrecht die gevolgen heeft voor alle bruiden en bruidegoms in spe. Als toekomstige echtgenoten trouwt men namelijk  niet meer automatisch in gemeenschap van goederen. Van alles samen delen is dus niet meer automatisch sprake.”

Nederland was een van de weinige landen in Europa die nog een stelsel van gemeenschap van goederen als standaard kende. Met het aannemen van het wetsvoorstel is dit verleden tijd. Toekomstige echtgenoten die niets vastleggen, trouwen voortaan in zogenaamde ‘beperkte gemeenschap van goederen’. Wanneer de toekomstige echtgenoten toch in gemeenschap van goederen willen huwen, moeten zij dit juist expliciet regelen en vastleggen.

Het initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Swinkels (D66), Recourt (PvdA) en Van Oosten (VVD)  beperkt in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen in het huwelijksvermogensrecht. Het voorstel is op 19 april 2016 aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is vervolgens zeer recent, op 28 maart 2017, na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. Op 1 januari 2018 zal de wet in werking treden en vanaf dat moment ook gelden voor de huwelijken die gesloten gaan worden.

Als gevolg van de wetswijziging vallen alle voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen als ook alle voorhuwelijkse gemeenschappelijke schulden in de beperkte gemeenschap van goederen. Deze schulden kunnen als gemeenschapsschulden worden aangemerkt, ook al zijn zij niet aangegaan ten behoeve van een gemeenschappelijk goed. Uitgezonderd van de beperkte gemeenschap blijven nog steeds goederen verkregen krachtens erfopvolging of gift. Voorhuwelijkse privégoederen en privéschulden blijven voortaan ook na het sluiten van het huwelijk privé en vallen dus niet meer in de gemeenschap. Vermogen en/of schulden die binnen het huwelijk worden opgebouwd, worden gedeeld.

Gaat u in 2018 trouwen? Laat u dan goed informeren door een notaris.

Door: mr. S. (Stefanie) van Helvert

Theatershow 2017: werken aan geluk & gelukkig op je werk

Duurzame inzetbaarheid van medewerkers is een steeds belangrijker thema voor het Nederlands bedrijfsleven, zeker met het oog op het stijgen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Het vitaal houden van de medewerkers zodat zij op de top van hun kunnen blijven functioneren, is een belangrijk vraagstuk in een tijd dat jaarlijks bijna een miljoen mensen het risico lopen op overspannenheid of, nog erger, een burn-out. Optimale motivatie en fitheid, zowel psychisch als fysiek, dragen bij aan het werkgeluk van medewerkers.

De helft van de Nederlandse medewerkers zou liever een andere baan uitoefenen dan zijn huidige baan. Willen mensen geluk in hun werk, dan is het voor werkgevers belangrijk om eigen regie van medewerkers te stimuleren en te activeren, maar tegelijkertijd ook het goede voorbeeld te geven om te komen tot een goede werk-leef balans. Hierin speelt ook de thuissituatie van een medewerker een belangrijke rol.

Op 4 april a.s. werken wij, ook vanuit onze samenwerking met het Scheidingsspreekuur, wederom mee aan deze Theatershow. Het evenement heeft dit jaar het thema ‘Werken aan geluk en gelukkig op je werk’ meegekregen. We benaderen dit thema in samenwerking met onze partners vanuit diverse invalshoeken. Zo krijgt u als deelnemer een brede kijk op het thema werkgeluk en krijgt u bovendien praktische aanknopingspunten voor uw organisatie hierbij aangereikt.

Uiteraard sluiten we de Theatershow af met onze traditionele netwerkborrel met een hapje en een drankje.

U kunt zich inschrijven via de site www.arbo-on-stage.nl. Deelname op uitnodiging is kosteloos, zie voorwaarden op deze site.

e mailbanner

Schenking aan een goed doel: nobel of een teleurstelling?

testament tekenenSchenking aan een goed doel: nobel of misschien toch ook een teleurstelling voor de erfgenamen? De wilsbekwaamheidstoets versus de medische geheimhoudingsplicht.

 
Vandaag las ik in het nieuws dat de oud-student, Theodoor Wubben (1935-2016) besloot zijn geld na te laten aan de Radboud Universiteit. De schenking is bedoeld voor studenten die financiële hulp nodig hebben, het zogenaamde Wubbenfonds.

Wat een mooi gebaar was mijn eerste gedachte! Maar als familie- en erfrechtadvocate weet ik ook dat het doen van schenking aan goede doelen in zijn algemeenheid en daarmee de inhoud van een testament voor nabestaanden soms tot teleurstelling kan leiden. Kun je als nabestaanden iets doen op het moment dat de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft besloten (een deel van) zijn of haar nalatenschap te schenken aan een goed doel?

Een vraag die in dat kader veelal speelt is of de erflater op het moment van het opmaken van het testament nog wilsbekwaam was. Uit de rechtspraktijk blijkt dat deze vraag steeds vaker aan de rechter wordt voorgelegd. Hoofdregel is dat aan een testament, zijnde een notariële akte, dwingende bewijskracht toekomt. De notaris hanteert bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de testateur in beginsel altijd het ‘protocol beoordeling wilsbekwaamheid’. Zo nodig laat de notaris nader onderzoek verrichten naar de wilsbekwaamheid van de testateur en zal in afwachting van de uitkomst van het onderzoek niet overgaan tot het verlijden van het testament. Mochten de teleurgestelde nabestaanden alsnog hun twijfels hebben over de wilsbekwaamheid dan zullen zij dus moeten aantonen dat de erflater op het moment van het verlijden van zijn of haar testament niet langer in staat was om zijn of haar wil te bepalen waardoor het testament niet geldig is opgemaakt, bijvoorbeeld aan de hand van het medisch dossier. Een probleem hierbij is dat er sprake is van een wettelijke geheimhoudingsplicht van de medisch behandelaar, welke ook na het overlijden van de patiënt in stand blijft. Onder zwaarwegende omstandigheden kan deze geheimhoudingsplicht worden doorbroken, maar hieraan ligt regelmatig een rechterlijke toets ten grondslag.

Naar mijn mening is het treurig indien nabestaanden na het overlijden van de erflater hierover nog jarenlang discussiëren of zelfs procederen. Een simpele oplossing zou wat mij betreft zijn dat op voorhand standaard onderzoek wordt verricht door een medisch deskundige naar de wilsbekwaamheid van de testateur indien de testateur bij het opstellen of wijzigen van een testament ziek is of een hoge leeftijd heeft bereikt. Hiermee worden veel discussies voorkomen en daarmee tijd, geld en energie bespaard. Heeft u vragen rondom het erfrecht, twijfelt u over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van de wijziging van het testament van de erflater of heeft u als arts te maken met een verzoek tot doorbreking van de geheimhoudingsplicht in het kader van de wilsbekwaamheid van de erflater? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Door: mr. S. (Stefanie) van Helvert

Nieuw gezicht: Marloes Kok

marloes kok

Marloes Kok is vanaf 1 januari 2017 werkzaam op ons kantoor als juridisch medewerker.

Zij heeft gestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en aan de UNC lawschool in Chapel Hill en heeft haar scriptie geschreven over aansprakelijkheid bij letselschade. Op dit gebied heeft Marloes ruime praktijkervaring opgedaan bij een verzekeringsmaatschappij.

Marloes is zeer gedreven u juridisch bij te staan bij het vaststellen van aansprakelijkheid en het verhalen van de schade. Daarbij staan de belangen van de cliënt op de eerste plaats. Zij is creatief in het oplossen van problemen en complexe zaken vindt ze een uitdaging.

Nieuw gezicht: Stefanie van Helvert

stefanie van helvertStefanie is sinds 1 januari van dit jaar als advocaat aan ons kantoor verbonden.
Stefanie is gespecialiseerd in het personen- en familierecht en is tevens werkzaam in het erfrecht.
Bij Van den Wildenberg & Van Halder advocaten is zij u ook op deze rechtsgebieden graag van dienst.

Naast advocaat is Stefanie eveneens bijzonder curator, waarbij zij de belangen van minderjarigen behartigt en ter zake de rechtbank adviseert.

Persoonlijk hecht Stefanie zeer veel waarde aan een tevreden cliënt, is zij vastberaden en zal zij elke kans aangrijpen om een zaak te winnen, met daarbij altijd de belangen van alle betrokken partijen in het achterhoofd. Dat is wat haar uitdaagt en wat zij graag doet!

"Niet leuk maar wel belangrijk"

vechtscheiding"Niet leuk maar wel belangrijk": ons bewust worden van de negatieve en ernstige gevolgen voor kinderen die betrokken raken bij een vechtscheiding

Naar schatting hebben circa 70.000 kinderen per jaar te maken met de praktische, financiële en emotionele gevolgen van een scheiding. In 15 tot 20% (!) van de gevallen worden ouders het niet eens op een of meer deelgebieden en dreigt een complexe conflictscheiding. Op 10 oktober 2016 is daarom het rapport “visiedocument Rechtspraak (echt)scheiding ouders met kinderen” verschenen. Dit document is opgesteld vanwege het feit dat ook de Rechtspraak in de dagelijkse praktijk ervan is doordrongen dat de problematiek rondom kinderen van gescheiden ouders die op een verkeerde manier (lees: vechtscheidingen) uit elkaar gaan, groot en complex worden. Inmiddels is het immers algemeen bekend dat een langdurige en heftige strijd tussen ouders op korte en lange termijn grote gevolgen heeft voor kinderen waaronder een lager opleidingsniveau, lagere verdiensten, minder welbevinden, meer moeite met het aangaan en behouden van eigen relaties. Het aantal vechtscheidingen moet dus snel worden teruggedrongen. Wat mij betreft is onder andere voorlichting aan kinderen en het bespreekbaar maken van het onderwerp scheiden een belangrijk speerpunt om de ernstige gevolgen van (vecht)scheidingen te verminderen. Al neemt dit mijns inziens de verantwoordelijkheid hiervoor bij de ouders zelf niet weg en is ook hierin een taak gelegen aan ons als advocaten om een echtscheiding goed te begeleiden. Een eerste stap is kennisoverdracht en bewustwording en Klokhuis geeft daartoe een goed voorbeeld. Vanavond is de eerste uitzending van een vierdelige serie over scheiden, speciaal voor kinderen, maar ook voor volwassen heel interessant. We kennen immers toch allemaal wel iemand die in een scheiding ligt?

Allemaal kijken dus! Donderdag 19 januari, donderdag 26 januari, donderdag 2 februari en donderdag 9 februari op de Publieke Omroep.

BRON: www.rechtspraak.nl (Visiedocument Rechtspraak (echt)scheiding ouders met kinderen d.d. 10 oktober 2016 en www.hetklokhuis.nl.

Door: mr. S. (Stefanie) van Helvert

Welke deskundige stelt de mate van arbeidsongeschiktheid vast?

man met krukkenU bent zelfstandig ondernemer en heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Op een dag moet u hier een beroep op doen vanwege arbeidsongeschiktheid. Mag een verzekeraar in zijn polisvoorwaarden dan opnemen dat zij het recht heeft de (mate van) arbeidsongeschiktheid vast te stellen aan de hand van door haar aan te wijzen deskundigen? Het antwoord hierop is nee.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat dit een oneerlijk beding betreft in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993. Bent u het niet eens met het oordeel van uw verzekeraar, dat u niet in dusdanige mate arbeidsongeschikt bent om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, laat het er dan niet bij zitten.

Op 30 augustus 2016 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een spraakmakende uitspraak gedaan. In dit geval heeft een verzekerde bij Achmea een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. De verzekerde doet vanwege ziekte een beroep op zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering, maar de deskundige van Achmea bepaalt dat de verzekerde hiervoor niet in aanmerking komt, omdat verzekerde niet “voldoende” ziek is en dus arbeidsgeschikt is. De verzekerde is het niet eens met het oordeel van de deskundige en doet een beroep op de Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

Het gerechtshof merkt de verzekerde aan als ‘consument’ en stelt vast dat sprake is van een oneerlijk beding in de polisvoorwaarden. Het stelt dat de harde en ongenuanceerde regel uit de polisvoorwaarden in de context van de verhouding van Achmea tot de verzekerde een aanzienlijke en ongerechtvaardigde verstoring van het evenwicht oplevert. Achmea heeft als partij zich eenzijdig het recht voorbehouden, om de mate van arbeidsongeschiktheid te bepalen en daarmee of en zo ja in welke mate zij tot enige uitkering is gehouden. Hierop kan verzekerde geen enkele invloed uitoefenen.

Een oordeel van de verzekeraar of u al dan niet arbeidsongeschikt bent en in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering is dus voor discussie vatbaar.

Heeft u een geschil met de verzekeraar over uw arbeidsongeschiktheidsverzekering? Neem dan contact op met een van onze letselschadeadvocaten. Wij helpen u graag verder.


Door: mr. M.G.A. (Marloes) Kok

Voldoet uw sommatie wel aan de wet?

rekeningen betalenOp 25 november 2016 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op een aantal door de kantonrechter gestelde vragen. Een kantonrechter kan rechtstreeks aan de Hoge Raad vragen stellen over rechtsvragen, indien de beantwoording ervan een groter belang kent dan alleen de betreffende zaak die onder de rechter is.

De mogelijkheid voor de kantonrechter om deze vragen te stellen (prejudiciële vragen) bestaat nog niet zo lang. In het verleden betekende dat, dat dergelijke relevante vragen eigenlijk nooit aan het hoogste rechtscollege werden voorgelegd. Het individuele belang van de betreffende zaak rechtvaardigt namelijk niet dat er in hoger beroep en zelfs in cassatie bij de Hoge Raad wordt geprocedeerd.

De kantonrechter heeft nu antwoord gekregen op de vragen die voor de incassopraktijk zeer van belang zijn.

Waar gaat het om?

In artikel 6:96 lid 6 BW staat het navolgende:

“De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.”

De vragen hadden betrekking op de in de wet opgenomen termijn van ‘veertien dagen aanvangende de dag na aanmaning’.

In veel sommatiebrieven is terug te lezen dat de vordering betaald kan worden: “binnen veertien dagen na heden of veertien dagen na dagtekening van deze brief”.

Die formulering voldoet niet dus aan de wettelijke bepaling.

 Wat is nu het gevolg als de termijn niet juist in de brief staat vermeld?

In verstekzaken – als de gedaagde niet komt opdagen, wat verreweg bij de meeste incassoprocedures gebeurt – keek de kantonrechter eigenlijk niet naar die bepalingen en werden de gevorderde buitengerechtelijke kosten gewoon toegewezen.

 Daar heeft de Hoge Raad dus nu een stokje voor gestoken. Indien in de brief niet staat dat uiterlijk binnen de in de wet voorgeschreven termijn de hoofdsom zonder verdere kosten kan worden voldaan, kan de schuldeiser in de procedure geen aanspraak maken op de buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad oordeelt dat de strekking van de bepaling is om de consument duidelijk te maken binnen welke termijn hij de gelegenheid heeft om zonder bijkomende kosten de vordering te voldoen. Indien de termijn niet goed in de brief staat vermeld, kan de schuldeiser geen aanspraak maken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

 Als er nog geen procedure aanhangig is gemaakt kan de schuldeiser nog wel een herstelbrief sturen waarin wel de juiste termijn vermeld staat, maar als er al een procedure loopt dan kan dat verzuim dus niet worden hersteld en worden die kosten afgewezen. In een individueel geval is dat nog wel te overzien, maar voor professionele partijen gaat het over aanzienlijke bedragen.

 De oplossing

Het is dus zaak dat u uw sommatiebrief inricht die in overeenstemming is met de wettelijke bepaling.

 Mocht u vragen hebben kunt u terecht bij een van onze incassospecialisten.

Indexering alimentatie

Ieder jaar gaan de kosten van het levensonderhoud omhoog en wordt het loon daarop aangepast. Ook de alimentatie wordt daarom automatisch verhoogd. Voor 2017 is de wettelijke indexering vastgesteld op 2,1%. Dit betekent dat de vastgestelde en overeengekomen bijdrage voor zowel kinder- als partneralimentatie wordt verhoogd met 2,1%, tenzij de wettelijke indexering is uitgesloten.

Wilt u meer informatie over de indexering of over de door u te betalen of te ontvangen alimentatie? Neem dan contact op met één van onze advocaten van de sectie personen- en familierecht.

Auteur: mr. drs. G.S. (Sigrid) Ebbeng-Horstman

Scheidingsspreekuur Nijmegen van start

scheidingsspreekuur logoWoensdag 2 november gaat het Scheidingsspreekuur Nijmegen van start. Mensen die vragen hebben over scheiden kunnen vanaf 2 november iedere eerste woensdag van de maand, van 9.00 tot 10.30 uur, terecht op het gratis spreekuur van Scheidingsspreekuur Nijmegen. Zij kunnen daar vrijblijvend informatie en advies inwinnen over hun scheiding. Het Scheidingsspreekuur Nijmegen is gevestigd in het kantoor van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten aan de St. Annastraat 125-127 in Nijmegen.

Samenwerking van professionals in echtscheidingsadvies- en bemiddeling
Een echtscheiding is ingrijpend en brengt veel onzekerheden en vragen met zich. Het team van Scheidingsspreekuur Nijmegen biedt mensen die gaan scheiden snel duidelijkheid over hun situatie en mogelijkheden. Zes professionals in echtscheidingsadvies- en bemiddeling hebben hun expertise en ervaring gebundeld om de zaken en belangen van mensen die uit elkaar gaan goed te regelen. Mensen kunnen het gratis scheidingsspreekuur bezoeken en hun vragen aan de adviseurs van het spreekuur voorleggen. Door de onderlinge samenwerking van een mediator, advocaat, notaris, belastingadviseur en twee financieel echtscheidingsadviseurs krijgen mensen het advies en de ondersteuning die het beste aansluit en bij hun situatie past.
Team Scheidingsspreekuur Nijmegen

Het team van het Scheidingsspreekuur Nijmegen bestaat uit:

  • Elise Jansen, MfN register familiemediator & KIES omgangsbegeleider, Apart Verder, Scheiden en Mediation
    De mediator begeleidt het scheidingsproces, leidt het gesprek tussen de scheidende partijen in goede banen en zorgt ervoor dat de gemaakte afspraken worden vastgelegd in het echtscheidingsconvenant en/of ouderschapsplan.
  • Sigrid Ebbeng-Horstman, familierecht advocaat, Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten
    De advocaat behartigt de belangen, begeleidt bij het maken van afspraken tussen beide partijen en zorgt ervoor dat deze worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Als partijen er samen niet uitkomen, ondersteunt de advocaat in gerechtelijke procedures.
  • Marie-Louise van de Geer, notaris personenrecht en familierecht, Hoge van Gerven Notarissen
    De notaris maakt inzichtelijk wat er geregeld moet worden, helpt scheidende partijen daarin goede keuzes te maken en legt de gemaakte afspraken vast in een scheidingsconvenant.
  • Ron Tijssen, RB Senior Belastingadviseur, BOL adviseurs
    De belastingadviseur begeleidt en adviseert in de fiscale gevolgen van een echtscheiding, in het bijzonder bij ondernemingen. Hij brengt de belastingrechten en –plichten in beeld en zorgt voor een fiscaal optimale afwikkeling.
  • Mathieu Fluit en Sanne Elbers, financieel echtscheidingsadviseurs bij MJFP
    De financieel echtscheidingsadviseurs brengen het financiële plaatje volledig in beeld. Zij bieden duidelijkheid in de mogelijke verdeling van woning en inboedel, pensioen, spaartegoeden en bezittingen.

Naar het spreekuur
Mensen die vrijblijvend informatie en advies over hun scheiding willen inwinnen, kunnen voor een gratis consult naar het scheidingsspreekuur komen. Als zij zeker willen zijn van een plek of met een specifiek persoon uit het team willen spreken, kunnen zij zich aanmelden via de website www.scheidingsspreekuur.com. Zij kunnen daarbij aangeven of zij een algemeen consult willen of direct met een van de specialisten willen spreken.

Samenwerking HAN voor succesvolle start-ups

foto HAN2foto HAN3

   foto HAN1

 

 

De Hogeschool Arnhem en Nijmegen en Van den Wildenberg & Van Halder gaan samenwerken in het adviseren van studenten die een eigen bedrijf willen starten.

Zojuist is, met het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst, het Business Partnership met Young in Business officieel geworden.

Door deelnemers van het programma te adviseren en te begeleiden willen beide partijen de slagingskans van startende HAN-ondernemers aanzienlijk vergroten.

Ingetreden Wet doorstroming huurmarkt 2015

huurhuizenOp 1 juli 2016 is de Wet doorstroming huurmarkt 2015 in werking getreden. Deze wet breidt de mogelijkheden van tijdelijke verhuur in grote mate uit door introductie van onder meer een algemene mogelijkheid om tijdelijke huurovereenkomsten te sluiten en de verhuurder meer mogelijkheden te geven om huurovereenkomsten te beëindigen. Navolgend kort de grootste veranderingen in het huurrecht op een rij:

  • Voor zelfstandige woonruimte kan een kortdurende overeenkomst voor bepaalde tijd (maximaal twee jaar) en voor onzelfstandige woonruimte, denk aan een kamer (maximaal vijf jaar) worden gesloten. Deze tijdelijke huurovereenkomst eindigt in principe na de afgesproken tijd, mits de verhuurder uiterlijk één maand vóór de afloop van de termijn, de huurder schriftelijk bericht dat de huurovereenkomst op de afgesproken tijd eindigt. Deze berichtgeving is cruciaal: doet een verhuurder dit niet, dan ontstaat alsnog een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, met volledige huurbescherming als gevolg. De grote verandering ten opzichte van de oude wetgeving is dat tijdelijke verhuur eerst alleen mogelijk was in uitzonderlijke gevallen (zoals bijvoorbeeld verhuur op grond van de Leegstandswet of diplomatenclausule). Per 1 juli 2016 is het dus wel mogelijk om een tijdelijk huurcontract voor zelfstandige en onzelfstandige woonruimte te sluiten. Het is overigens niet mogelijk om telkens een huurcontract van twee (of vijf) jaar achtereenvolgend te sluiten, in zo’n geval ontstaat er toch een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

  • Huurders van tijdelijke verhuur van zelfstandige woonruimte, kunnen nog zes maanden na het verstrijken van de huurovereenkomst de huurprijs laten toetsen door de Huurcommissie. Bij een “gewone” huurovereenkomst voor (on)bepaalde tijd voor woonruimte, of bij onzelfstandige woonruimte verandert er met betrekking tot de toetsing van de aanvangshuurprijs niets. Deze huurders kunnen de huurprijs door de Huurcommissie laten toetsen binnen zes maanden na aanvang van de huurovereenkomst (en daarna niet meer).

  • Uitbreiding opzeggingsmogelijkheden voor de verhuurder. Voorheen was het voor een verhuurder mogelijk om bij de zogenaamde campuscontracten de huurovereenkomst na afstuderen van de student op te zeggen vanwege “dringend eigen gebruik.” Deze opzeggingsmogelijkheid is in de nieuwe wet ook in het leven geroepen voor andere doelgroepen, zoals voor promovendi, jongeren of grote gezinnen.

Mocht u vragen hebben over de nieuwe wetgeving dan kunt u met één van onze huurrecht advocaten contact opnemen.


Auteur: mr. L.A. (Lisa) Witten

Bescherming erfgenamen tegen schulden

wanhopigHeeft u een nalatenschap zuiver aanvaard? Dan bent u met uw privévermogen aansprakelijk voor schulden uit de nalatenschap. Op dit moment wordt u al geacht zuiver te hebben aanvaard, zodra u bijvoorbeeld de inboedel van de erflater heeft verdeeld. Dit heeft vergaande gevolgen, veelal voordat u zich daarvan bewust bent. Want wat nu als zich onverwacht een schuldeiser meldt, waardoor de nalatenschap negatief uitvalt? Dat kan grote problemen veroorzaken. Om de risico’s van zuivere aanvaarding te beperken, is op 7 juni 2016 het wetsvoorstel ‘Bescherming Erfgenamen tegen Schulden’ aangenomen door de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel treedt op 1 september 2016 in werking.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • erfgenamen kunnen vanaf 1 september 2016 hun privévermogen beter beschermen tegen een onverwachte schuld uit een erfenis;
  • vanaf 1 september 2016 is pas sprake van zuivere aanvaarding als een erfgenaam goederen van de nalatenschap verkoopt of op andere wijze onttrekt aan mogelijke schuldeisers;
  • er komt een nieuwe uitzonderingsclausule voor gevallen waarin de erfgenaam na zuivere aanvaarding wordt geconfronteerd met een onverwachte schuld.

Vanaf 1 september 2016 loopt u dus minder risico ingeval u een nalatenschap zuiver aanvaardt. Een hele geruststelling!
Heeft u vragen? Bel ons!

DE BIZARRE NIEUWE WERELD VAN DE ZZP’ER

overeenkomstZoals u ongetwijfeld weet is op 1 mei jl. de wet DBA in werking getreden. Vanaf deze datum kan de zzp’er geen gebruik meer maken van de VAR-verklaring. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen nu wel gebruik maken van de zogenaamde modelovereenkomsten die terug zijn te vinden op de website van de belastingdienst of zelf een overeenkomst opstellen en deze laten toetsen door de belastingdienst. Als u gebruik maakt van een goedgekeurde modelovereenkomst en u ook feitelijk overeenkomstig de bepalingen uit die overeenkomst werkt, dan heeft u de zekerheid dat er geen arbeidsovereenkomst is. De VAR-verklaring heeft dus plaatsgemaakt voor de modelovereenkomst.

Modelovereenkomst
Let wel: een modelovereenkomst is niet verplicht. In feite zijn de modelovereenkomsten alleen bedoeld voor die gevallen waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Als volstrekt helder is dat iemand als zzp’er werkzaam is (en dus niet in loondienst) dan hoeft ook niet per se met een modelovereenkomst te worden gewerkt.

Onrust op zzp-markt
Dit nieuwe systeem veroorzaakt grote onrust op de ‘zzp-markt’. De juridisch-inhoudelijke toets of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of van een overeenkomst van opdracht (zzp’er) is op zich niet veranderd. Voor de gemiddelde zzp’er of opdrachtgever is het echter moeilijk te beoordelen of een modelovereenkomst nodig is, zo ja, welk model dan te gebruiken en hoe daaraan precies invulling te geven. Zelfs voor de belastingrechter is dit al lastige materie, laat staan voor de leek.
Verder zijn er nogal wat praktische uitvoeringsproblemen. Zo duurt het op dit moment (bij de invoering van de Wet DBA) 6 tot 8 weken voordat de belastingdienst een voorgelegde overeenkomst heeft beoordeeld. Daarop kan men in de praktijk vaak niet wachten. De modelovereenkomsten worden door de belastingdienst ook herschreven om daarmee de toegankelijkheid te vergroten. En uiteindelijk worden de overeenkomsten ook getoetst door een panel van experts.

Zekerheid modelovereenkomst
Hoe weet je nu als opdrachtgever of je de juiste modelovereenkomst te pakken hebt als deze door herschrijving geregeld wijzigen? De goedkeuring van de overeenkomst is bedoeld voor een periode van 5 jaar, maar met het verstrijken van de tijd wordt het risico steeds groter dat de feitelijke werkzaamheden gaan afwijken van de bepalingen in de overeenkomst. Hoeveel zekerheid geeft die 5 jaar dan? De wet geeft ook geen duidelijkheid hoe moet worden gehandeld als een opdrachtnemer vanuit een BV werkt. Er is veel onduidelijkheid over de ‘uitzendfictie’ en het verschil met bemiddeling hetgeen bijvoorbeeld een afgrenzingsprobleem kan opleveren in de thuiszorg. Kortom, er zijn talloze onzekerheden en onduidelijkheden waar de praktijk thans mee te maken heeft en waarop niemand nog een helder antwoord heeft.

Tip: tijd kopen tot 1 mei 2017
Gelukkig heeft de staatssecretaris een transitieperiode in het leven geroepen: tot 1 mei 2017 hebben opdrachtgevers en zzp’ers de tijd om hun werkwijze aan te passen. In die periode zal de belastingdienst wel toezicht houden, maar nog geen handhavingsmaatregelen nemen. Opdrachtgevers die nog niet werken met goedgekeurde overeenkomsten, maar dit wel als zodanig willen gaan inregelen, doen er verstandig aan om bij hun opdrachtnemers schriftelijk kenbaar te maken dat zij de gevolgen van de Wet DBA nog in kaart aan het brengen zijn en nieuwe overeenkomsten aan het opstellen zijn. Zodoende ‘koopt men tijd’ en is 1 mei 2016 niet de harde deadline.

Kamervragen
Onlangs zijn er door CDA-kamerlid Omzigt kamervragen aan staatssecretaris Wiebes gesteld over de Wet DBA. Dit mede naar aanleiding van de video “Na de VAR; dit is de bizarre nieuwe wereld van de zzp’er”. Bij brief van 26 april jl. heeft Wiebes deze vragen beantwoord. Eén van de vragen ging over de geel gemarkeerde bepalingen in de modelovereenkomsten waarvan op geen enkele wijze mag worden afgeweken. In de praktijk bestaat de angst dat een minimale afwijking van deze bepalingen al tot problemen kan leiden. Wiebes geeft aan dat de stelling dat de zzp’er zich ‘heel precies moet houden aan de modelcontracten’ ruime nuancering behoeft. Enige afwijking is dus kennelijk wel mogelijk, maar het blijft oppassen geblazen. De staatssecretaris benadrukt ook nogmaals dat een modelcontract niet verplicht is en alleen is bedoeld voor de twijfelgevallen en hij somt voorts een aantal factoren op die een aanwijzing kunnen vormen voor het bestaan van een dienstbetrekking. Klik op deze link voor de brief van de secretaris met alle antwoorden op de kamervragen. Volstrekt helder is het met deze brief niet geworden, maar wellicht kunt u voor uw specifieke situatie in de antwoorden van Wiebes wat houvast vinden.

Advies
Heeft u advies of hulp nodig bij het opstellen van uw zzp-contract(en), dan kunt u uiteraard contact opnemen met één van onze arbeidsrechtadvocaten. Wij helpen u graag verder.

Afschaffing VAR per 1 mei 2016

uitroepteken

 

In ons eerdere nieuwsbericht van 19 oktober 2015 kondigden wij de afschaffing van de VAR aan. Per 1 mei a.s. is het dan echt zover. Vanaf dan geldt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Heeft u al gescreend of de zpp’ers die u inschakelt onder deze nieuwe regelgeving ook kwalificeren voor het zelfstandig ondernemerschap? U wordt bij inschakeling van zpp’ers medeverantwoordelijk voor de informatieverschaffing aan de fiscus. Kom dus op tijd in actie om onverwachte boetes en arbeidsovereenkomsten te voorkomen. Voor advies kunt u uiteraard bij onze sectie Arbeidsrecht terecht.


Auteur: mevrouw mr. N. (Natalja) Stommels

De website van Van den Wildenberg & Van Halder Advocaten maakt gebruik van cookies voor het beheer van de Google Analytics statistieken. Hiermee kunnen we steeds beter inspelen op de informatiebehoefte van u als bezoeker. Graag vragen wij uw toestemming voor het plaatsen van deze cookies, voor meer informatie kunt u hier klikken. Akkoord